Geplaatst op 15 juli 2009 door: MedNet Redactie | 1 reacties | Reageer

Artsen hebben geen last van preferentiebeleid

Artsen hebben geen last van preferentiebeleid

Eigenlijk zijn artsen vrij stil als het gaat om het preferentiebeleid. Apothekers stonden vorig jaar nog op de barricade om hun ongenoegen over het geneesmiddelenbeleid te uiten en lanceerden de controversiële campagne Slikt u alles van uw zorgverzekeraar? Branchevereniging KNMP moet zelfs tegenover Zorgverzekeraars Nederland (ZN) voor de rechter verschijnen. De apothekers trekken uiteindelijk aan het kortste eind. Ook de NPCF springt voor haar achterban in de bres en lanceert in juni 2008 de meldactie preferentiebeleid. Hiermee wil de vereniging nagaan in hoeverre patiënten merken dat zorgverzekeraars naast het gezamenlijke beleid dat sinds 2005 loopt, ook individueel beleid voeren.

Artsen krijgen veel vragen van patiënten en apothekers

Artsen komen binnen deze discussies nauwelijks, of eigenlijk niet, aan bod. Zelfs binnen de cardiologie, het specialisme dat verreweg het meest wordt geconfronteerd met het preferentiebeleid, overheerst in eerste instantie begrip voor de aanpak. “Met het idee zijn we het eens, want het beleid volgt de richtlijnen, die ook door de wetenschappelijke vereniging zijn onderschreven”, stelt Robert-Jan van Geuns, cardioloog in het Erasmus MC en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Wat betreft de statines verlagen de preferente varianten het cholesterolgehalte tot maximaal 30 procent, ten opzichte van 50 procent voor de nieuwere spécialités. Omdat steeds meer wetenschappelijke studies het nut van een lager cholesterolgehalte hebben aangetoond, adviseren recente richtlijnen een lagere streefwaarde dan enkele jaren geleden. Hierdoor zijn de cardiologen steeds vaker genoodzaakt gebruik te maken van deze krachtiger en dus duurderde varianten.

Toch heeft Van Geuns niet het idee dat hij door het beleid wordt belemmerd in zijn vrijheid om deze middelen voor te schrijven. “Als we een spécialité willen voorschrijven en het gaat om een correcte indicatie, dan wordt dat wel vergoed. Meestal weet je precies van tevoren welke groep patiënten met een generiek middel niet voldoende is geholpen.” Ook Koos van der Hoeven, internistoncoloog in Medisch Centrum Alkmaar en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO) vindt dat het beleid ‘niet stoort’ met de dagelijkse praktijk. “De middelen waarvoor het beleid in de oncologie geldt, kunnen makkelijk worden vervangen, bijvoorbeeld middelen tegen misselijkheid. Soms zijn patiënten die de generieke variant minder goed kunnen verdragen, voor die groep geef ik op het recept aan dat de apotheker specifiek de dure variant moet verstrekken.”

Volgens Van Geuns leidt deze manier van werken nogal eens tot onduidelijkheden. “Het komt wel eens voor dat de apotheker de patiënt toch iets anders geeft. Het kost tijd en energie om vervolgens uit te leggen waarom het ene middel net zo goed is als het andere.” Daarnaast ervaart Van Geuns een enorme verhoging van de bureaucratie. “Om een spécialité voor te schrijven moet ik naast het recept ook nog een machtigingsformulier invullen. We vinden dat nogal dubbelop. Ook houden apothekers, patiënten en verzekeraars elkaar nogal bezig, omdat ze telkens achter elkaar aan zitten om te vragen of iets goed is voorgeschreven.” Uit de Voorjaarsnota van het ministerie van VWS blijkt dat het preferentiebeleid dit jaar naar schatting 400 miljoen euro oplevert, gebaseerd op de opbrengst van een half jaar individueel beleid in 2008. Toch heeft Van Geuns zijn twijfels over de opbrengsten. “Ik heb niet het idee dat we op het gebied van cardiologie hierdoor in de praktijk veel besparen. De grootste bezuiniging was dat de klassieke statines zijn vervangen door generieke. Maar ik denk dat het ministerie zich rijk rekent door te roepen dat veel spécialités zonder indicatie worden voorgeschreven. Met de nieuwste Europese richtlijnen is het steeds vaker noodzakelijk deze spécialités voor te schrijven. Oneigenlijk voorschrijven kun je pas controleren als je concreet naar de praktijk kijkt, bijvoorbeeld door statusonderzoek en niet met het invullen van een machtiging. Maar dat is tot nu toe nog niet gebeurd.”


Reacties (1)


  • Kees Zwaan

    23/07/2009

    #1.  'Nog geen last':

    Het preferentie beleid Is een zomers buitje voor de storm die per 2011 komen gaat.

    'Functionele' aanspraak in plaats van recht op behandeling.

    Dit alles geregisseerd door uw zorgschade verzekeraar in opdracht van VWS.

    Zorgketens worden geïmplementeerd met hoofd -en onderaannemers. Die moeten knokken voor 'hun' deel.

    Het budget staat vast.

    Het BKZ (BudgettairKaderZorg) staat ook vast: max 10% BNP.

    Het risico is voor de (hoofd) aannemer en niet voor de zorgschadeverzekeraar.



    VWS is voornemens het Farmacotherapeutisch Kompas af te schaffen, omdat er volgens de richtlijnen voorgeschreven gaat worden.

    Het al dan niet implementeren van richtlijnen zal door VWS bepaald worden.



(Advertentie)