Ouderengeneeskundigen werven onder oudere artsen
In het Capaciteitsplan 2010 stelt het Capaciteitsorgaan een heel beperkte groei van het aantal opleidingsplaatsen Ouderengeneeskunde voor. Deels omdat jongere artsen niet warm lopen voor dit specialisme. Wellicht dat oudere artsen meer genïnteresseerd zijn? Als nieuwe stap in de loopbaan.
Een grotere verruiming van het aantal opleidingsplaatsen heeft geen zin, omdat de opleiding niet populair is onder pas afgestudeerde artsen en de capaciteit niet wordt benut, vindt het Capaciteitsorgaan. Maar intussen vraagt het probleem van de tekorten in de ouderengeneeskunde wel om een oplossing. En die lijkt heel erg voor de hand te liggen: recruteren onder oudere of herintredende artsen. Die hebben wellicht wel meer affiniteit met de ouderengeneekunde.
Onderbezetting
Het advies in 2008 van het Capaciteitsorgaan was om jaarlijks 112 aios op te leiden tot specialist ouderengeneeskunde. Maar deze capaciteit werd bij lange na niet benut. Afgelopen jaar startten 72 jonge artsen met de opleiding en 64 procent van het totaal aantal opleidingsplaatsen was bezet. Vanwege deze onderbezetting adviseert het Capaciteitsorgaan voor 2012 wel een capaciteitsverhoging, maar zeer beperkt: minimaal 109 en maximaal 135 opleidingsplaatsen per jaar. Eerst moet het imago van de ouderengeneeskunde verbeteren en daar werkt de beroepsgroep met de werkgevers aan. Omdat dat pas op de langere termijn effect heeft, is voor de kortere termijn meer het instrument van verticale substitutie, zorgverlening door lager gekwalificeerd zorgpersoneel, de oplossing volgens het Capaciteitsorgaan.
Affiniteit
In Trouw oppert Victor Slenter, directeur van het Capaciteitsorgaan, in reactie op het Capaciteitsplan 2010 dat jonge artsen in opleiding minder belangstelling lijken te hebben voor de ouderengeneeskunde. "Je zou denken dat jonge mensen nu eenmaal minder affiniteit hebben met verpleeghuizen waar mensen de laatste jaren van hun leven doorbrengen, maar we weten dat niet zeker'', zegt hij daarover. Onderzoek naar de reden van impopulariteit van dit specialisme moet uitsluitsel geven.
Niet meer vooruitkomen
De gedachtengang van Slenter klinkt logisch. Maar als de jonge arts niet in de levensfase verkeert om belangstelling te hebben voor het specialisme ouderengeneeskunde, waarom dan niet werven onder oudere artsen? Zij hebben inmiddels meer levenservaring waardoor ouderenproblemen ook persoonlijk minder ver van hen afstaan. Bovendien wil een arts in de loop van zijn carrière ook wel eens iets anders. Mednet publiceerde augustus vorig jaar een peiling onder ruim 500 artsen naar hun carrièreperspectieven. Meer dan de helft vond dat deze minder waren dan die van werknemers in het bedrijfsleven en bijna 60 procent heeft weleens overwogen iets heel anders te gaan doen. In een reactie op dit onderzoek meldt Nine van der Vange, directeur van ViaMedica en voormalig gynaecologisch oncoloog, dat veel artsen vinden dat ze na hun 45ste levensjaar niet meer vooruitkomen in hun vak. Ze zijn dan vijf tot tien jaar gesettled en hebben alles wel gezien.
Modules
Een relatief breed specialisme als de ouderengeneeskunde lijkt voor artsen die al veel oudere patiënten zien, zoals huisartsen, internisten, cardiologen en neurologen, ook weer niet zo'n heel grote stap. De opleiding zou dan beperkt kunnen worden tot modules in aanvulling op de reeds gevolgde opleiding en opgedane ervaring. Binnen het specialisme interne geneeskunde zijn al meerdere artsen geregistreerd als internist-ouderengeneeskundige. Nu zijn deze klinisch geriaters een al veel meer supergespecialiseerd internist, de stap naar algemeen ouderengeneeskundige- voorheen verpleeghuisarts- is dus voor een internist vrij klein. En de huisarts, die de patiënt toch al volgt gedurende zijn hele leven, hoeft zich alleen maar toe te leggen op die ene levensfase.
Het lijkt zo simpel en het mes snijdt aan meerdere kanten: een groep artsen krijgt een nieuwe uitdaging, de opleiding kan wellicht veel korter en de tekorten in de ouderengeneeskunde zijn weggewerkt.
- Bekeken (2253)
- Reacties (0)
(Advertentie)



