Geplaatst op 27 november 2009 door: Daan Marselis | 0 reacties | Reageer

Capaciteitsorgaan: specialist heeft beperkt invloed op advies

Capaciteitsorgaan: specialist heeft beperkt invloed op advies

Medisch specialisten hebben zeker niet te veel invloed op het advies van het Capaciteitsorgaan over het aantal opleidingsplaatsen. Dat zegt directeur Victor Slenter in reactie op het NZa consultatiedocument.

Volgens Slenter hebben artsen voor 33 procent invloed op het advies van zijn organisatie. De ramingen waarop het capaciteitsorgaan het advies over het aantal opleidingsplaatsen baseert, wordt namelijk bekeken door een bestuur bestaande uit vertegenwoordigers van verzekeraars, opleidingsinstellingen en artsen. Elke partij heeft acht zetels, zegt Slenter, die de bewering van de NZa als ‘onzin’ bestempelt. “Ik kan je zeggen dat die drie partijen elkaar goed in evenwicht houden. Wij hebben nauwelijks contact met de NZa, dus waarop zij hun mening baseren is mij onduidelijk.”

Garanties

Het helemaal vrij laten van het aantal opleidingsplaatsen, zoals de NZa in haar consultatiedocument voorstelt, kun je volgens Slenter niet zomaar doen. “Een dergelijke maatregel moet in een continuüm passen, je moet de garanties hebben dat basisartsen een goede opleiding krijgen. Anders moet je er niet aan beginnen.” De NZa heeft hierin voorzien en stelt twee voorwaarden waaraan moet worden voldaan als een dergelijke maatregel wordt genomen. Zo moeten specialisten het benodigd aantal opleidingsplaatsen beschikbaar stellen. Ook moeten specialisten de nieuwkomers in hun maatschappen en vakgroepen opnemen.

Advies

De maatregel is de meest ‘wilde’ variant die de NZa onderzoekt. In een ander model financiert de minister 5 tot 10 procent meer opleidingsplaatsen dan het Capaciteitsorgaan adviseert. Volgens Slenter kan die mogelijkheid altijd uitgevoerd worden. Het staat de minister vrij zijn eigen beslissing te nemen.

Opleidingscapaciteit goed gebruikt

Slenter is overigens van mening dat het aantal opleidingsplaatsen in Nederland onder goede begeleiding best snel uitgebreid kan worden. Wel wijst hij erop dat een groot deel van de opleidingscapaciteit momenteel wordt gebruikt. “Voor de opleiding van huisartsen gebruiken we nu rond 80 procent van de capaciteit en voor specialisten zal dat hetzelfde zijn. Meer opleidingsplekken, betekent ook meer opleiders. Zij moeten aan strenge eisen voldoen, bijvoorbeeld met betrekking tot hun staat van dienst. Maar ook moeten ze een gerichte didactische opleiding hebben. Dat kan allemaal, maar je moet er goed op toezien.”


Reacties (0)




(Advertentie)