Topartsen 2009: Meer openlijke waardering
De Mednet Topartsen-verkiezing editie 2009 laat zien dat het animo om een collega te nomineren sterk gegroeid is ten opzichte van vorig jaar. Volgens de voorzitters van wetenschappelijke verenigingen treden artsen meer naar buiten met wat ze kunnen en durven ze ook meer openlijk waardering voor elkaar uit te spreken.
Vergeleken met de verkiezing van vorig jaar hebben ruim drie keer zo veel kinderartsen een collega genomineerd. Bij cardiologen verdubbelde het aantal stemmers en anderhalf keer zoveel internisten en chirurgen kozen een Toparts in hun gelederen.
Meer openheid
Een sluitende verklaring voor deze groeiende belangstelling hebben Marcel Weijers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie en Willem Fetter, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde niet, maar ze proberen het te duiden. “Ik hoop dat dit een uiting is van het samen zoeken naar betere kwaliteit en dat ook willen waarderen”, aldus Weijers. “Uitverkoren worden heeft klaarblijkelijk toch wel indruk gemaakt”, meent Fetter. Beide voorzitters proeven binnen hun vereniging wel een sfeer van meer openheid over eigen en elkaars kunnen. Weijers: “Cardiologen wennen er aan om meer naar buiten te treden met wat ze kunnen. Ze vinden dat niet meer iets bedreigends, dat is zeker anders dan tien jaar geleden.”
Toegenomen groepsgevoel
Ook kinderartsen in het land zijn bereid elkaar in het zonnetje te zetten, merkt Fetter. “En die waardering voor wat een collega doet, is ongeacht of deze nu werkzaam is in een algemeen of een academisch ziekenhuis.” Deze trend past bij het toegenomen groepsgevoel onder de kinderartsen. “Het is klaarblijkelijk niet meer de tijd om elkaar de loef af te steken. We trekken nu als kindergeneeskunde één lijn. In het beroepsbelang, in de kwaliteit van zorg en in ons antwoord op plannen van het ministerie en zorgverzekeraars.”
Bijdrage
Beide verenigingsvoorzitters zien in de Mednet Topartsen-verkiezing een bescheiden bijdrage aan de kwaliteit van zorg. “Naast kwaliteitsvisitaties van de wetenschappelijke verenigingen en intervisies door collega’s in het ziekenhuis, is dit een derde, meest losse manier van iets zeggen over het functioneren van een medisch specialist”, aldus Weijers. “Het grote voordeel is dat een intercollegiale verkiezing een algemene gevoelswaarde over de collega weergeeft, die losstaat van lijstjes die praktijkinrichting, wachttijden en sfeer meten.”
Landelijke bekendheid
In de rangorde verschijnen vooral artsen die op een of andere manier landelijke bekendheid hebben verworven, oordelen de cardioloog en kinderarts. Weijers en Fetter zien dat als een beperking van de methode. “Een kinderarts uit Dirksland stemt misschien op Paul Brand omdat hij hem kent van zijn boek, maar hij weet niet hoe hij werkt in de praktijk.” Hij vindt wel dat op de voorgrond treden iets zegt over de kwaliteit. “Als iemand zich manifesteert op verschillende terreinen, zich bijvoorbeeld bemoeit met de opleiding, zegt dit dat deze persoon zich extra inspant voor zijn vakgebied.”
Meten van kwaliteit
Volgens Weijers blijft het zoeken naar de beste methode om kwaliteit te meten. “We zijn nog niet goed in staat om te definiëren wat een goede dokter is. Geen enkele methode zegt alles. Uiteindelijk zal de beste manier een combinatie van methodieken zijn.”
Mednet magazine
Bekijk de uitslag op .pdf. Dit artikel verscheen in Mednet nummer 1 van 14 januari 2010.
- Bekeken (15273)
- Reacties (3)
Gerelateerde Berichten
- NVAB: 'Financiering opleiding bedrijfsarts via Opleidingsfonds'
- Tekort bedrijfsartsen raakt huisartsen
- Petitie Van der Linde veel ondertekend
- Nieuwe website voor eHealth
- Deelname wetenschap- en adviescommissie voortaan openbaar
- NVRO bang voor wildgroei centra voor radiotherapie
- Mitrasing in gelijk gesteld over Kostenonderzoek NZa
- LHV verzet zicht tegen verplichting LSP
- Sterke regie bij concentratie van zorg nodig
- Schippers gaat NMa niet terugfluiten
(Advertentie)







