Geplaatst op 14 april 2010 door: MedNet Redactie | 0 reacties | Reageer

Internist krijgt geen gelijk van Centraal Tuchtcollege

Internist krijgt geen gelijk van Centraal Tuchtcollege

Het is een internist van het Admiraal De Ruyter ziekenhuis in Vlissingen niet gelukt om via hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) in Den Haag de officiële waarschuwing van tafel te krijgen, die het Regionaal Tuchtcollege hem maanden daarvoor oplegde. De internist kreeg de sanctie omdat hij te lang vasthield aan een medische conclusie, die later niet juist bleek te zijn.

De procedure is aangespannen door een inwoonster van Oost-Souburg. Haar man meldde zich eind 2007 met pijn in zijn lijf en benen bij het ziekenhuis. De internist stelde de diagnose  ‘darmbloedingen’ en zag geen noodzaak voor vergaande acties, ook niet toen de man zich de dagen daarna nogmaals en nogmaals meldde. Later is gebleken dat de patiënt naast darmbloedingen ook een open verbinding had tussen zijn aorta en dikke darm. Daarvoor is hij geopereerd, maar toen had één been al zo lang te weinig bloed gehad, dat amputatie noodzakelijk was. Een jaar daarna overleed de patiënt vanwege hartfalen.

Ellende

“Die hartaanval was er misschien toch wel gekomen, maar de voorgeschiedenis heeft zeker een rol gespeeld”, hield de echtgenote enige weken terug het CTG voor. Volgens haar was haar man een hoop ellende bespaard gebleven als de internist adequater had opgetreden.

Wetenschap achteraf

De advocaat van de specialist, mr. Oswald Nunes, betoogde dat het altijd makkelijk is om met de wetenschap van achteraf te oordelen. Zijn cliënt zou indertijd geen gekke diagnose hebben gesteld op basis van de symptomen die hij constateerde. Dat wil nog niet zeggen dat er slechte zorg is verleend en daarom verzocht Nunes om de officiële waarschuwing van tafel te vegen. Daartoe ziet het CTG geen aanleiding. Het college: “Het is de arts aan te rekenen dat hij te lang is blijven vasthouden aan de aanvankelijk door hem gestelde diagnose.”

Bejegening

De Zeeuwse klaagde ook over de wijze waarop de internist haar en haar man bejegende. Hij zou neerbuigend hebben gedaan en maakte een opmerking over een dure ambulance, die niet besteld had hoeven worden. Het CTG noemt de opmerking over de ambulance ‘ongepast’, maar in tuchtrechtelijke zin niet verwijtbaar. Voor wat betreft de rest van de klachten over de bejegening stelt het CTG vast dat er hier sprake is van het woord van de vrouw tegenover dat van de arts. Omdat er geen aanwijzingen zijn dat haar beweringen zwaarder zouden moeten wegen dan die van arts, maakt het CTG de arts ook op dit punt geen tuchtrechtelijk verwijt.

  • Reageer (0)
  • Print

Reacties (0)




(Advertentie)