Internist verlost van officiële waarschuwing
De Brabantse internist is verlost van de officiële waarschuwing, die hij enige tijd terug kreeg opgelegd door het Regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg(RTG) in Eindhoven omdat hij tijdens zijn vakantie in Nepal onvoldoende adequaat op de hulpvraag van een andere vakantieganger zou hebben gereageerd.
In hoger beroep oordeelt het Centraal tuchtcollege voor de gezondheidszorg (CTG) dat het hulpverzoek kwam van iemand, die niet in acute nood verkeerde. "Hoe pijnlijk of ellendig voor klaagster ook", voegt het CTG daar aan toe. Om die reden kon de internist dus doen wat hij deed: adviseren te zoeken naar een andere arts.
Een vrouw kwam tijdens een wandeling in Nepal ten val, met een pijnlijke pols tot gevolg. Na een uur lopen bereikte ze een overnachtingplaats. Daar klopte de echtgenoot van de vrouw samen met een sherpa voor hulp aan bij de Brabantse arts, die er zelf net een wandeltocht op had zitten van acht uur. Hij vertelde internist te zijn, weinig van botbreuken te weten en verzocht het duo een collega arts te zoeken. Een Franse medicus heeft de pols later gespalkt. Eenmaal in Nederland spande het echtpaar een tuchtrechtelijke procedure aan tegen de internist omdat zij vinden dat hij de vrouw op zijn minst even had moeten gaan zien.
Onduidelijkheden
In deze zaak waren er voor het tuchtcollege een reeks onduidelijkheden op te helderen alvorens tot een oordeel te komen. Allereerst was het dubieus of het tuchtcollege bevoegd is om te oordelen over iets dat rond een Nederlandse arts in het buitenland is gebeurd en of tucht- en beroepsregels daar voor de volle 100 procent van kracht zijn. Vervolgens kwam de vraag aan de orde of beroeps – en tuchtregels voorschrijven dat een arts in de gewraakte situatie in de benen komt.
Het CTG stelt allereerst dat de tucht- en beroepsregels in het buitenland net zo hard voor artsen gelden als in Nederland het geval is. Voorwaarde is wel dat een arts plaatselijke regels niet overtreedt. Verder stelt het CTG dat artsen in Nederland ter verantwoording kunnen worden geroepen voor zaken die in het buitenland hebben gespeeld. Tenslotte wijst het CTG er op dat een arts op grond van de beroeps- en tuchtregels in noodsituaties minimaal eerste hulp moet verlenen. Op dit laatste strandt de klacht van de klaagster. Omdat duidelijk was dat de vrouw een uur met de gekwetste pols had kunnen lopen, was er naar de mening van het CTG geen acute noodsituatie.
Waarschuwing
Het RTG legde in eerste instantie wel een sanctie op omdat het van mening was dat een arts in geval van een hulpvraag verplicht is om eerste hulp te verlenen. In eerste instantie is door het RTG niet beoordeeld of er sprake was van een acute noodsituatie.
Tekst: Theo Calkoen
- Bekeken (1938)
- Reacties (0)
Gerelateerde Berichten
- ‘Levenseindekliniek is noodzaak’
- NVAB: 'Financiering opleiding bedrijfsarts via Opleidingsfonds'
- MCL houdt ‘Elfstedenvinger’ aan de pols
- KNMG wil onderzoek naar ouderen met stervenswens
- Atrium MC neemt publiekelijk afstand van gynaecoloog na intern onderzoek
- Klacht tegen arts ongegrond door te trage Inspectie
- NVSHA: ‘Kritiek Inspectie op SEH terecht’
- Verscherpt toezicht voor ambulancemeldkamer Veiligheidsregio Zeeland
- Wijziging Geneesmiddelenwet brengt meer verplichtingen voor artsen
- IGZ: 'Kwaliteitsnormen SEH moeten worden aangescherpt'
(Advertentie)







