Huisarts heeft toch recht op vertrekpremie
Twee huisartsen in Wapenveld moeten hun vertrekkende collega binnen vier weken de helft van de afgesproken vertrekpremie van twee ton betalen, ondanks zijn affaire met een patiënte. Dat oordeelde de rechter in Zutphen dinsdag tijdens een kort geding.
Het was de bedoeling dat een van de drie huisartsen in Wapenveld de maatschap met een minnelijke regeling zou verlaten. Het draaide uit op een rechtszaak omdat de overgebleven collega's de afgesproken vertrekpremie van twee ton niet meer wilden betalen. De reden: de vertrekkende arts biechtte dit voorjaar op dat hij tweeënhalf jaar lang een relatie heeft gehad met een patiënte van een van zijn maatschapgenoten. Aan die relatie was toen juist een einde gekomen.
De twee collega's voelden zich bedrogen, omdat de man eerder had bezworen geen ongewenste omgang met vrouwelijke patiënten te hebben gehad. Dinsdag bepaalde de rechter in Zutphen in een kort geding dat ze zich niettemin moeten houden aan de afspraken en de arts, die officieel per 1 augustus in Wapenveld is gestopt. Ze moeten hem binnen vier weken de helft van de vergoeding van ruim twee ton moet betalen, zoals afgesproken. Omdat de dokter grote schulden heeft moet hij er wel een bankgarantie tegenover stellen, zodat hij het geld terug kan betalen mocht hij uiteindelijk in een bodemprocedure ongelijk krijgen. De overblijvende maatschapleden zijn (nog) niet veroordeeld tot betaling van de tweede helft van de premie, omdat die volgens de oorspronkelijke afspraak pas begin volgend jaar zou worden uitgekeerd.
Kunstblad
De vertrekkende arts was sinds 2001 aan de maatschap in het Noordveluwse dorp verbonden en was daarnaast actief als ondernemer. Hij was, naar eigen zeggen, medeoprichter van een coöperatie voor apotheekhoudende huisartsen en heeft een groothandel voor dezelfde beroepsgroep en richtte met een zakenpartner een kunstblad op waarmee hij voor tonnen het schip in is gegaan. Bovendien bleek hij een forse belastingschuld te hebben. Er is beslag gelegd op het pand van de maatschap van de drie huisartsen. Een gedwongen verkoop kon vorig jaar worden voorkomen, doordat de twee collega's zijn aandeel in het onroerend goed overnamen.
De twee collega's besloten dat de man moest vertrekken nadat ook geruchten over relaties met patiënten de kop op staken. De huisarts ontkende die geruchten. Omwille van de rust waren zijn maten bereid ‘te bloeden'. Vandaar de vertrekpremie.
Getrouwde minnares
Aan die welwillendheid te betalen kwam een einde na het bekend worden van de affaire. De rechter oordeelde dat de betreffende arts die echter niet heeft verzwegen om zijn collega's op een dwaalspoor te brengen maar omdat hij zijn (getrouwde) minnares geheimhouding had beloofd. Het is, naar het oordeel van de rechter, ook niet duidelijk geweest dat dit een cruciaal punt in de onderhandelingen over het vertrek is geweest.
De rechter oordeelde ook dat de vergoeding bij het vertrek is geen ‘coulancevergoeding' is, zoals de overblijvende twee huisartsen stellen. Er staat namelijk tegenover dat de patiënten toevallen aan de overblijvende artsen, nu in de overeenkomst ook een non-concurrentiebeding voor Wapenveld voor de eerstkomende vijf jaar is opgenomen. (Petra van Walraven/ JZP)
- Bekeken (1419)
- Reacties (0)
Gerelateerde Berichten
- Gebrek aan samenwerking oorzaak falen EPD
- LHV: 'Minister gaat op stoel rechter zitten'
- Rol huisarts bij abortuspil punt van discussie
- Tekort bedrijfsartsen raakt huisartsen
- Petitie Van der Linde veel ondertekend
- KNMG wil onderzoek naar ouderen met stervenswens
- Nieuwe website voor eHealth
- Huisarts Mitrasing: ‘De kluif is nog niet kaal’
- Mitrasing in gelijk gesteld over Kostenonderzoek NZa
- Onderzoekers willen bilaterale bloeddrukmeting in richtlijn
(Advertentie)







