Geplaatst op 30 augustus 2010 door: Jenneke van de Streek | 0 reacties | Reageer

ESC presenteert nieuwe richtlijn atriumfibrilleren

ESC presenteert nieuwe richtlijn atriumfibrilleren

Op het congres van de European Society of Cardiology (ESC) zijn nieuwe Europese richtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van atriumfibrilleren gepresenteerd. De nieuwe richtlijn verschilt beduidend van zijn voorganger en is volgens de ESC niet exclusief voor cardiologen maar van belang voor alle in cardiologie geïnteresserede artsen.

Zo worden op basis van de presentatie van klachten en de duur van de arythmie vijf verschillende types van atriumfibrilleren(AF) onderscheiden: nieuw gediagnostiseerd, paroxysmaal, persisterend, al langer bestaande AF-klachten (niet continu) en permanente AF-klachten.

Anamnese

Volgens de nieuwe richtlijn moet de anamnese een vaststelling van de EHRA (European Heart Rhytm Association)-score van AF-gerelateerde symptomen omvatten. Deze score is met name gericht op de tijd die de patiënt naar zijn gevoel last heeft van de hartritmestoornis. Verder moet de arts een inschatting maken van het risico op een stroke, de condities controleren die aan de AF zijn voorafgegaan en daar mogelijk toe geleid hebben, en de complicaties nagaan.

Antitrombotische behandeling

De meest belangrijke wijziging bij de antitrombotische behandeling is de aanbeveling om de CHA2DS2 –VASc –als aanvullende en meer gedetailleerde risicoschatting toe te passen bij patiënten die met de beperktere CHADS2 score uitkomen op een waarde  tussen 0 en 1. De CHADS2-score is een eenvoudige test die bruikbaar is voor huisartsen en andere niet gespecialiseerde artsen om het risico op een stroke te bepalen op basis van de aanwezigheid van hartfalen, hypertensie, diabetes een eerder doorgemaakte stroke en de leeftijd van de patiënt. Patiënten die een 2 of hoger scoren hebben een indicatie voor antistollingsbehandeling. Voorafgaand aan een eventuele antistollingsbehandeling moet volgens de nieuwe adviezen wel eerst het bloedingsrisico worden ingeschat. Daarvoor beveelt de richtlijncommissie de HAS-BLED-score aan. Bij een score van 3 of hoger, is het risico op bloedingen groot en dient de antistollingsbehandeling met extra zorg plaats te vinden.

Ritmecontrole

In de behandeling van de ritmestoornis is de keuze van de medicatie ook aangepast. De focus is meer gericht op een veiligere behandeling- ook al is die mogelijk minder effectief. Voor de controle van het sinusritme is het  middel dronedarone (Multaq, Sanofi-aventis) nieuw in de richtlijn opgenomen. Het middel geldt als behandeling van eerste keus bij patiënten met een paroxysmale en persistente AF, maar wordt niet aanbevolen bij een bijgaand hartfalen. Patiënten met NYHA-klasse III en IV-hartfalen of een instabiel NYHA-klasse II hartfalen zijn gecontraïndiceerd. Bij symptomatische patiënten met een paroxysmale AF die onvoldoende reageren op een medicinale behandeling, mag voortaan ook een catheterablatie worden uitgevoerd. Deze optie is opgenomen ondanks dat de superioriteit boven medicatie in klinische trials zich vooralsnog niet geuit heeft in een reductie van de mortaliteit.

Strikt Europees

De nieuwe richtlijn is opgesteld door een commissie onder leiding van John Camm, werkzaam aan de University of London en fellow bij de ESC. Voor het eerst gelden deze richtlijnen strikt Europees. De eerdere samenwerking met Amerikaanse wetenschappelijke organisaties is stopgezet vanwege verschillen in de opvattingen over de praktijkvoering, medicinale behandeling en het toezicht.

  • Reageer (0)
  • Print

Reacties (0)




(Advertentie)