Verontrustende daling industriegesponsord geneesmiddelenonderzoek
Het aantal klinische geneesmiddelenstudies gesponsord door de farmaceutische industrie is in drie jaar tijd gedaald met ruim een kwart. De Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde, NVFG, noemt deze ontwikkeling bij monde van voorzitter Henk Jan Out, “verontrustend”. Out deed deze uitspraak tijdens de Clinical Research Associate-dag georganiseerd door de NVFG.
Out, tevens bijzonder hoogleraar Farmaceutische Geneeskunde aan de Radboud Universiteit, was eerder nog niet zo somber gesteld. Geconfronteerd met de cijfers uit de jaarverslagen van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO), die tussen 2000 en 2009 duiden op een licht dalende trend in het aantal geneesmiddelenstudies zei hij een interview met Mednet: “Er wordt wel gezegd dat er steeds minder onderzoek in Nederland is, maar ik vind niet dat er sprake is van een dramatische afname.”
Andere gedachten
Maar het jongste jaarverslag van de CCMO van 2010, dat vorige maand verscheen, bracht hem op andere gedachten. Het absolute aantal geneesmiddelenstudies is gesponsord door de industrie daalde sinds 2008 van 391 naar 282 in 2010. In vergelijking met het niet-industrieel gefinancierd geneesmiddelenonderzoek, dat relatief stabiel bleef, zakte het percentage door de farmacie gesponsord onderzoek van 62 procent naar 53 procent. Out: “Op grond van de laatste CCMO-getallen in het jaarverslag van 2010 is de afname toch wel tekenend. Kan je nog beweren dat het aantal door de industrie gesponsorde studies in 2008 wellicht erg hoog was, de afname over de laatste drie jaar staat desalniettemin buiten kijf.” Out vind de ontwikkeling vooral verontrustend gezien het ‘indrukwekkende’ aantal hoogopgeleide professionals dat het geneesmiddelenonderzoek in Nederland begeleidt en het feit dat “hoogwaardig klinisch geneesmiddelenonderzoek belangrijk is voor een land als Nederland.”
Fase I
Het totaal aantal geneesmiddelenstudies bedroeg 533 in 2010. De hoeveelheid geneesmiddelenonderzoek ten opzichte van het totaal klinisch onderzoek zakte verder van 33 procent in 2009 naar 31`procent in 2010. In 2000 was dit nog 43 procent. Ten opzichte van het voorgaande jaar zijn vooral de aantallen fase I en fase IV-geneesmiddelenstudies afgenomen. In beide gevallen bedroeg het aantal 75 procent van dat in 2009. De omvang van de fase III klinische trials bleef gelijk. De fase I- ook wel proof of conceptstudies genoemd, worden gezien als belangrijk voor Nederland. Omdat dit een belangrijke wetenschappelijke expertise behoeft en Nederland daar heel goed in is.
- Bekeken (1273)
- Reacties (0)
Gerelateerde Berichten
- Europese richtlijn chronisch hartfalen herzien
- Langere progressievrije overleving bij weke delen tumoren
- Lactobacillenbehandeling redelijk alternatief voor preventie urineweginfectie
- Bètablokkers beschermen niet tegen colorectale kanker
- RIVM wil geen meldingsplicht voor Lyme
- Jaarlijks medicatie bij 65-plussers beoordelen
- Hartfalen geriatrische patiënt soms niet herkend
- Nieuwe ESPGHAN-richtlijnen coeliakie
- Hyperthyreoïdie gaat samen met erectiele disfunctie
- Gen voorspelt gewichtstoename door antipsychotica
(Advertentie)



