Geplaatst op 11 augustus 2011 door: Adri van Beelen | 0 reacties | Reageer

Huisarts krijgt waarschuwing voor traag handelen tijdens bloeding na circumcisie

Huisarts krijgt waarschuwing voor traag handelen tijdens bloeding na circumcisie

Een huisarts uit de regio Den Haag heeft van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag een waarschuwing gekregen. De arts zou te traag gehandeld hebben met het doorsturen van een jongetje dat een bloeding had na een circumcisie.

De klacht was ingediend door de ouders van het kind. Op 20 februari 2010 was bij het zoontje een circumcisie gedaan. Toen vier dagen later de klem werd verwijderd, ontstond een bloeding. De ouders en het kind werden verwezen naar de huisartsenpost voor een verwijsbrief. Doordat de assistente van de CHP het telefoontje als ‘niet spoedeisend’ inschatte, moest het patiëntje een uur wachten voordat hij gezien werd door de arts. Deze constateerde fors bloedverlies en achtte operatief ingrijpen geïndiceerd. De arts belde met twee ziekenhuizen die lieten weten geen plaats te hebben. Bij een derde ziekenhuis kon het kind terecht.

Op het eind van het spreekuurconsult collabeerde het jongetje. Enige tijd later kwam het weer bij. De arts heeft de ouders gemaand om snel naar het ziekenhuis te rijden. In de paniek konden zij ziekenhuis niet vinden. De vader is toen op afstand door zijn broer telefonisch naar het ziekenhuis geleid. In het ziekenhuis bleek dat het kind veel bloed had verloren. Er werd een drukverband aangelegd. De volgende dag mocht het kind weer naar huis.

Zelf schoonmaken

De klager (vader) en zijn echtgenote vonden dat zij niet goed zijn behandeld door de arts. Meer in het bijzonder klaagden zij over het lange wachten, het feit dat zij (met eigen vervoer) naar het ziekenhuis moesten gaan dat minstens 15 minuten rijden weg was, terwijl 30 meter van de huisartsenpost de SEH van het andere ziekenhuis lag. Ook vonden zij dat de arts niet goed heeft gehandeld toen hun zoontje ‘wegviel’. Daarnaast vonden zij het onbehoorlijk dat klagers echtgenote de vloer in de spreekkamer moest schoonmaken van het bloed.

Het tuchtcollege oordeelde dat de tweede triage op de CHP niet naar behoren heeft plaatsgevonden. Een melding van acuut bloedverlies verdient een snelle adequate beoordeling, aldus het college. Deze gang van zaken viel de arts weliswaar niet rechtstreeks te verwijten, maar behoeft wel nadere aandacht.

De arts beaamde dat er sprake was van fors bloedverlies door een klein spuitertje, zodat snelle hulp geboden was. Hoe het mogelijk was dat in een dergelijke noodsituatie door twee van de drie geconsulteerde ziekenhuizen hulp is afgehouden, kon het College niet meer nagaan. Toen klagers zoontje aan het einde van het consult bij de arts ook nog ‘kortdurend wegviel’, zoals de arts beschrijft in zijn verweerschrift, had de arts niet mogen volstaan met het wegzenden van klager met zijn zoontje naar een ziekenhuis dat ongeveer 15 minuten verwijderd is van de CHP, vond het College. Naar het oordeel van het College had de arts op dat moment zijn beleid moeten herzien en het kind opnieuw moeten onderzoeken. Het had voor de hand gelegen dat de arts, die naar eigen zeggen op dat moment geen mogelijkheden zag om zélf de bloeding tot stoppen te brengen, voorrang bij de (naastgelegen) SEH van het ziekenhuis had afgedwongen.

Tunnelvisie

Het feit dat de arts geen ervaring had met het aanleggen van een drukverband rond de penis en door de omstandigheden in een ‘tunnelvisie’ terecht was gekomen vond het College niet professioneel.

Het College overwoog een berisping, maar volstond uiteindelijk toch met een waarschuwing. Hierbij heeft meegewogen dat het een ongelukkige samenloop van omstandigheden was geweest waar de arts maar ten dele een verwijt van gemaakt kon worden. Bovendien had de arts ruiterlijk toegegeven dat het beter had gemoeten en dat hij er lering uit heeft getrokken.


Reacties (0)




(Advertentie)