Sterfte rond geboorte gedaald
Ten opzichte van 2001 is de sterfte van voldragen kinderen met 39 procent gedaald. Dat blijkt uit de laatste cijfers van de stichting Perinatale Audit Nederland (PAN).
PAN analyseerde het sterfteverloop in de jaren 2001 tot 2010. In 2010 zijn meer dan 160.000 kinderen geboren na een zwangerschapsduur van 37 weken of meer. Van hen zijn 367 kinderen doodgeboren of in de eerste vier weken overleden. In 2001 overleden 651 kinderen. Het totale aantal kinderen dat na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer wordt geboren en rond de geboorte overlijdt, is gedaald met 23 procent van 2322 kinderen in 2001 naar 1672 in 2008.
Oorzaak
PAN heeft ook gekeken of er sprake is van zorg die niet voldoet aan de professionele eisen. Bij 10 procent van de volledig geëvalueerde gevallen, 90 procent van de 367 kinderen, is er een waarschijnlijke of zeer waarschijnlijke relatie tussen de professionaliteit van de zorg en de sterfte. Volgens PAN komt deze bevinding overeen met eerdere gegevens uit nationaal en internationaal onderzoek.
Audit
Dit is het eerste onderzoek van de stichting PAN. In 2003 bleek dat de perinatale sterfte in 1998-2000 in Nederland het hoogst binnen de Europese Unie. Om de cijfers te kunnen verklaren, hebben de belangrijke beroepsgroepen binnen de verloskundige zorg (KNOV, LHV, NVOG, NVK en NVVP) besloten te gaan werken met perinatale sterfte audits. Bij een audit worden gegevens van de geleverde zorg verwerkt tot een verslag. Op basis van deze verslagen wordt de doodsoorzaak geclassificeerd. Ook wordt beoordeeld of de zorg voldoet aan de professionele eisen, richtlijnen en protocollen. De conclusies worden vertaald naar aanbevelingen en verbeterpunten.
Aanbevelingen
De belangrijkste aanbevelingen zijn: het ontwikkelen van een richtlijn en cliëntenfolder voor minder of geen leven voelen, en het ontwikkelen van een richtlijn voor opsporing van en handelen bij verdenking op foetale groeivertraging, een protocol opstellen voor indicaties en de uitvoering van foetale bewaking tijdens de bevalling, het CTG volgens vaste criteria beoordelen, een protocol opstellen voor classificatie in gestandaardiseerde termen. Bij hoog risicopatiënten zou de arts-assistent, wel of niet in opleiding, moeten worden gekoppeld aan een gynaecoloog, bij doodgeboren en asfyctisch geboren kinderen standaard de placenta insturen voor pathologisch onderzoek, bij een ‘no show’ contact met de zwangere zoeken en een nieuwe afspraak maken. Ook zou gestreefd moeten worden naar volledige en voldoende documentatie volgens SBAR (Situation, Background, Assessment, Recommendation). Tot slot zou er een cursus reanimatie van pasgeborenen voor alle zorgverleners in het perinatale veld moeten komen, inclusief de ambulance verpleegkundigen.
- Bekeken (1035)
- Reacties (0)
Gerelateerde Berichten
- Gezondheidsraad: niet alle SEH's hoeven 24/7 open
- Verband trombocytose en ernst ovariumcarcinoom verklaard
- Ethische afwegingen minder belangrijk bij prenatale screening
- Zorgen over gevolgen concentratie van zorg voor opleiding aios
- Chemotherapie in zwangerschap niet schadelijk voor kind
- Onderzoek naar relatie siliconen borstprotheses en auto-immuunziekten
- KWF Kankerbestrijding vreest verdubbeling longkanker bij vrouwen
- Rol huisarts bij abortuspil punt van discussie
- Deelname wetenschap- en adviescommissie voortaan openbaar
- Extra risico hartafwijking kind door roken en overgewicht zwangere
(Advertentie)







