Geplaatst op 26 januari 2012 door: Adri van Beelen | 0 reacties | Reageer

‘Goed’ en ‘fout’ buikvet prima te meten met echo

‘Goed’ en ‘fout’ buikvet prima te meten met echo

Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) heeft een echografische methode ontwikkeld en gevalideerd om onderscheid te kunnen maken tussen ‘goed’ -onderhuids- buikvet en ‘fout’ -visceraal- buikvet. De methode is goedkoper en minder belastend dan CT- en MRI-scan.

Onderzoekster Emanuella de Lucia Rolfe heeft aangetoond dat de echografische buikvetmeting zowel bij baby’s, kinderen als volwassenen goede resultaten geeft. De Lucia Rolfe promoveert op 30 januari aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar proefschrift ‘The epidemiology of abdominal adiposity: validation and application of ultrasonography to estimate visceral and subcutaneous abdominal fat and identify their early determinants.’

Betrouwbaar

Met behulp van de echografische methode kan goed worden gemeten hoeveel onderhuids buikvet er zit tussen de huid en het buikvlies, en hoeveel visceraal vet zich tussen het buikvlies en de wervelkolom bevindt. De Lucia Rolfe concludeert dan ook dat de echografie een geschikte en betrouwbare methode is om beide soorten buitvet te kwantificeren.

Borstvoeding

Vooral bij hele jonge kinderen is onderzoek naar de verdeling van buikvet gewenst om het ontstaan van overgewicht en de effecten van preventieve maatregelen te kunnen bepalen. De Lucia Rolfe deed onderzoek naar relaties tussen het geboortegewicht, de hoeveelheid onderhuids en visceraal vet, de snelheid van gewichtstoename na de geboorte, en borstvoeding. Zij stelde vast dat een snelle toename van het gewicht in de eerste levensmaanden leidde tot een toename van visceraal buikvet. Een positief effect van borstvoeding was dat kinderen tussen 3 en 12 maanden minder visceraal buikvet ontwikkelden, dan de kinderen die flesvoeding kregen.

  • Reageer (0)
  • Print

Reacties (0)




(Advertentie)