Ethische afwegingen minder belangrijk bij prenatale screening
Het syndroom van Down op zich is voor veel vrouwen geen reden om een zwangerschap te afbreken. Ook het morele standpunt over abortus van de vrouw blijkt geen overweging van betekenis te zijn. De impact van een kind met het syndroom van Down op het eigen leven is veel belangrijker. Dat blijkt uit promotieonderzoek van medisch ethica Elisa Garcia Gonzalez van het UMC St Radboud.
Garcia Gonzalez pleit op basis van de resultaten voor een hernieuwde ethische benadering voor beslissingen binnen de voortplanting. Wat centraal blijkt te staan bij de overwegingen van de zwangeren, is de wens een goede moeder te zijn. De vragen die een vrouw zich stelt, zijn: kan ik een goede moeder zijn voor een kind met Down en ook nog voor mijn andere kinderen? Komt de relatie met mijn partner onder druk te staan? Kan ik het een plaats geven in mijn leven, naast mijn andere beslommeringen, bijvoorbeeld mijn baan? Zowel vrouwen die kiezen vóór een prenatale screening als zij die dit aanbod afslaan, hebben de overtuiging dat zij doen wat een goede moeder behoort te doen.
Model
De onderzoeker pleit voor een nieuw model dat niet alleen de morele opvattingen en waarden van de vrouwen over de aanvaardbaarheid van de controle van de kwaliteit van de foetus omvat, maar ook ruimte biest aan zowel de emoties die door een testaanbod worden veroorzaakt, als de invloed vanuit de medische praktijk en de dichtstbijzijnde personen. De centrale vraag bij een afweging over de verschillende alternatieven bij prenatale screening is dan niet 'gaat het gebruik van een test in tegen een ethische norm of principe?' of 'schaadt de test iemand?' maar 'welke beslissing zou een goede moeder nemen in deze concrete omstandigheden?'
Erfelijke afwijkingen
Nu de onderzoeken naar het ongeboren kind steeds verder worden uitgebreid worden overwegingen van vrouwen steeds belangrijker, stelt Garcia Gonzalez. De ontwikkelingen voltrekken zich razendsnel; binnen afzienbare tijd zal het mogelijk zijn om een ongeboren kind al vroeg in de zwangerschap te testen op erfelijke afwijkingen.
Overleggen
De beslissing om het ongeboren kind al dan niet te laten screenen ligt bij de aanstaande moeder. Maar uit het onderzoek van Garcia Gonzalez blijkt, dat de vrouwen de beslissing eigenlijk niet in hun eentje willen nemen. “Ze willen de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van hun beslissing met anderen delen. Ze willen overleggen met hun partner, met andere naasten of met zorgverleners. Het gaat hen niet zo zeer om medisch-technische informatie en over wat een screening oplevert, maar om gesprekken over de vragen die de keuze bij hen oproept.”
Methode
De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op een kwalitatieve studie binnen een groter onderzoeksproject. In het grote project werd gewerkt met een gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT). De RCT richtte zich op onderzoeksvragen betreffende de risicoperceptie, de besluitvorming, en het psychische welbevinden van zwangere vrouwen die wel of geen prenatale screening kregen aangeboden. Voor de kwalitatieve studie selecteerde Garcia Gonzalez via randomisatie een subgroep van de deelnemers van de RCT.
- Bekeken (473)
- Reacties (0)
Gerelateerde Berichten
- Tijdelijk geen thuisbevallingen op Goeree-Overflakkee
- Waarschuwing voor huisarts
- Europese richtlijn chronisch hartfalen herzien
- ‘De Friesland riskeert levens baby’s’
- Langere progressievrije overleving bij weke delen tumoren
- Lactobacillenbehandeling redelijk alternatief voor preventie urineweginfectie
- Bètablokkers beschermen niet tegen colorectale kanker
- RIVM wil geen meldingsplicht voor Lyme
- Hartfalen geriatrische patiënt soms niet herkend
- Nieuwe ESPGHAN-richtlijnen coeliakie
(Advertentie)



