Geplaatst op 26 juni 2014 door: Onbekend | 0 reacties | Reageer

Blog: Congres van de Endocrine Society in Chicago dag 2

Blog: Congres van de Endocrine Society in Chicago dag 2

[BLOGS] Door Marcel Twickler - Vandaag een druilerige regen in Chicago. Paraplu op en op naar de shuttle bus. Deze tweede dag van de Endocrine Society is er een sessie “hoogtepunten rondom diabetes in 2013” welke ik naar voren wil halen. Deze sessie vat samen waar recent onderzoek rondom type 1 diabetes condenseerde, maar vooral ook waar verwachting is dat deze kennis zal leiden naar verbetering van toekomstige diabeteszorg. Dit gevoel van condensatie en verwachting is nu juist ook dat wat Chicago als stad zelf biedt. Veel artistieke initiatieven op verschillende plekken in de stad. Naast klassieke uitingen (openlucht concert Handel vandaag) ook experimentele kunst. Daarnaast ook de rust van robuuste natuur, zoals het meer Michigan. Herinnert me dit weer aan mijn bezoek aan het Field Museum van gisteren?

Nu naar de ontwikkelingen rondom type 1 diabetes. De omvang van type 1 diabetes neemt toe, in alle ethnische groepen en voor alle leeftijdsgroepen. Incidentie loopt op tot 3-5% per jaar en dan voornamelijk in de leeftijdsgroep onder de 5 jaar. Als je kind type 1 diabetes heeft is de vraag frequent hoeveel risico de broertjes en zusjes op een type 1 diabetes hebben. Opvallend is dat in deze hoge risico populatie een seroconversie van de antistoffen gevonden wordt van 7 tot 9%. Bij aanwezigheid van meerdere antistoffen bij het broertje of zusje neemt het risico op het ontwikkelen van een type 1 diabetes toe. Bij aanwezigheid van meer dan twee antistoffen is er een reële kans op ontwikkelen van een type 1 diabetes binnen 15 jaar.

Observatie

Er is gesuggereerd dat caseïne hydrolysaat (component van de borstvoeding) beschermend kan werken (vertraging bèta cel auto-immuniteit), maar dit kon uiteindelijk niet worden aangetoond. Ook afzonderlijke immuun modulerende interventies  (zoals Rituximab) gaven slechts een vertraging van ongeveer 8 maanden in de expressie van type 1 diabetes. Een interessante observatie is tevens dat een derde van de patiënten met een type 1 diabetes meetbaar C-peptide in het bloed toont. Er lijkt dus, ondanks de destructieve werking van de auto-immuniteit op de bèta cel, persistentie van bèta cel functie. Is er een soort van sluimermodus als de exocriene pancreas onder druk komt? Geeft dit ruimte aan het toevoegen van bèta cel functie ondersteunende interventies, zoals incretine analogen of hypothalaam geassocieerde interventies ?

Transplantatie van bèta cellen is veelbelovend, maar deze belofte duurt al enkele jaren. Resultaten van getoonde onderzoeken tonen een beperkt effect op de mid lange lange termijn uitkomsten. Idem de gerelateerde bijwerkingen van bijvoorbeeld obligate medicatie. Mogelijk biedt autotransplantatie meer profijt. Met behulp van een implant, het Encaptra systeem, met erin eigen stamcellen kunnen deze stamcellen tot insuline secretie worden aangezet. Deze ontwikkeling is een stap voorwaarts in de behandeling van type 1 diabetes, maar vraagt nog verdere ontwikkeling alvorens het beschikbaar is voor dagelijkse zorg.

Marcel Twickler

Trefwoorden

Reacties (0)