Chronisch gebruik van laaggedoseerde glucocorticoïden bij ANCA-geassocieerde vasculitis (AAV) komt veel voor, maar hangt samen met meer schadeaccumulatie en ziekenhuisopnames. Dat blijkt uit nieuwe real-world data.1 Ook studieresultaten bij reuscelarteriitis (RCA) laten zien hoe lastig glucocorticoïdsparing in de praktijk blijft.2
Glucocorticoïden zijn de hoeksteen van de initiële behandeling van vasculitis. De EULAR-richtlijnen geven hiervoor aanbevelingen.3,4 De komst van biologics zoals rituximab als onderhoudsbehandeling heeft het risico op exacerbaties bij AAV verlaagd.5 Onduidelijk is of laaggedoseerde glucocorticoïden nog iets toevoegen aan die behandeling zonder het risico op bijwerkingen te verhogen.
Exacerbaties
Griekse onderzoekers onderzochten in een retrospectieve cohortstudie bij 171 patiënten met AAV die onderhoudsbehandeling kregen in 3 Griekse verwijscentra. De mediane follow-up bedroeg 88,2 maanden. Tijdens de follow-up traden 65 exacerbaties op bij 48 patiënten, overeenkomend met 8,1 per 100 patiëntjaren. Het gebruik van rituximab was geassocieerd met een lager risico op exacerbaties, terwijl hogere ziekteactiviteit bij diagnose juist samenhing met een hoger risico.1
Hoofdonderzoeker Katerina Chavatza vatte het helder samen: “Laaggedoseerd glucocorticoïdgebruik (minder dan 7,5 mg prednisolon per dag) beschermt niet tegen exacerbaties. Daartegenover staat wel een verhoogd risico op schadeaccumulatie en ziekenhuisopnames. Onze bevindingen ondersteunen eerder en voortvarender afbouwen van glucocorticoïden na remissie.”
Nieuwe definitie
Ook bij RCA blijft het moeilijk om glucocorticoïden af te bouwen.2 Franse onderzoekers hebben gekeken of zij op basis van de kenmerken van een subgroep met moeilijk behandelbare RCA (9,7% van het cohort) uit de French Large Vessel Vasculitis Group een eerste definitie konden voorstellen van moeilijk behandelbare RCA. Dat is geworden: “persisterende ziekteactiviteit waardoor afbouw naar minder dan 5 mg prednisolon per dag na 24 maanden niet lukt, ten minste 2 relapsen en blijvende behoefte aan immunosuppressie”. Deze definitie vraagt nog externe validatie, maar kan helpen om patiënten beter te herkennen die intensievere behandeling nodig hebben om glucocorticoïden af te bouwen.
Bronnen:
- Chavatza K, Gialouri CG, Drougkas K, et al. In patients with ANCA-associated vasculitides, low-dose glucocorticoids added to maintenance treatment, does not reduce the risk of major flares and is associated with an increased risk for chronic damage and hospitalization. EULAR 2026, oral presentation OP0229.
- Dhrif O, Dumont A, Caudron C, et al. Identifying difficult-to-treat giant cell arteritis: results from a French Large Vessel Vasculitis Study Group cohort. EULAR 2026, poster presentation 0023.
- Hellmich B, Sanchez-Alamo B, Schirmer JH, et al. EULAR recommendations for the management of ANCA-associated vasculitis: 2022 update. Ann Rheum Dis. 2024;83:30-47.
- Hellmich B, Agueda A, Monti S, et al. 2018 Update of the EULAR recommendations for the management of large vessel vasculitis. Ann Rheum Dis. 2020;79:19-30.
- Guillevin L, Pagnoux C, Karras A, et al. Rituximab versus azathioprine for maintenance in ANCA-associated vasculitis. N Engl J Med. 2014;371:1771-80.