Geplaatst op 13 juli 2010 door: Daan Marselis | 0 reacties |

NZa worstelt met uitsplitsen specialistenkorting

NZa worstelt met uitsplitsen specialistenkorting

De Nederlandse Zorgautoriteit worstelt met het vaststellen van de kortingspercentages per specialisme. Uit drie consultatiedocumenten blijkt dat de percentages nogal schommelen.

Zo zouden de reumatologen er in de eerste raming 7 procent op vooruit gaan, daarna 18,39 procent en volgens het laatste voorstel worden ze 15,83 procent gekort. Ook het kortingspercentage voor de cardiopulmonaal chirurgen jojoot, van een korting van 16,23 procent, via een korting van 19,75 procent naar een gunstig slotakkoord van plus 0.87 procent. Die percentages zijn inclusief de generieke korting van 6,26 procent.

Maar voor meer specialismen zijn er grote fluctuaties, zoals voor de chirurgen, de neurochirurgen, internisten, kinderartsen, radiotherapeuten en de pathalogen-anatoom. De derde consultatieperiode is vorige week afgesloten. De nieuwe tarieven moeten per 1 september ingaan.

Complexe berekening

Woordvoerder Annemiek van der Laan van de NZa stelt dat de differentiatie een zeer complexe berekening met zich mee brengt. De verschillende consultatierondes zijn er om de kortingspercentages zo zorgvuldig mogelijk vast te stellen.

De Orde erkent dat het een complex proces is, maar stelt dat de sterk verschillende resultaten het vertrouwen geen goed doen. Woordvoerder Saskia van Kleef: "Misschien is het wel onmogelijk om helemaal juist te differentiëren. Een aantal wetenschappelijke verenigingen wil inmiddels misschien wel op de differentiatie terugkomen als het blijft zoals nu. Bij de ene ronde ga je erop vooruit, bij de volgende erop achteruit. Als het niet mogelijk blijkt om goed te differentiëren, moeten we misschien naar een andere oplossing toe."

Omzetverschillen

De percentages zijn nu gebaseerd op de omzetverschillen tussen 2007 en 2008. Het verschil tussen het eerste en het tweede consultatiedocument wordt veroorzaakt doordat de kortingsperiode wordt opgerekt met 2011 (dat was alleen 2010), omdat gecorrigeerd wordt voor de invoering van enkelvoudige consulten en omdat in het tweede document alle omzetten op het niveau van de normtijden 2008 zijn gebracht. Het derde document verschilt doordat nieuwe CVZ-data wordt gebruikt. Na alle wijzingen wordt alleen gekort voor een gestegen productie of het declareren van zwaardere DBC's.

Dat de nieuwe CVZ-cijfers nog zo'n groot effect teweeg brengen, had de NZa zelf ook niet verwacht, stelt Van der Laan. Het verschil wordt volgens haar veroorzaakt doordat in de verdeelsleutel onvoldoende rekening werd gehouden met langlopende DBC's zoals die door bijvoorbeeld reumatologen worden gebruikt.

Ondersteunende specialismen

De Orde stelt dat met de gekozen rekenmethode eigenlijk alleen voor de poortspecialismen gedifferentieerd kan worden. Dit omdat de NZa zich baseert op informatie over gedeclareerde DBC's. De NZa is het met die kritiek niet eens. De zorgautoriteit zegt dat ook gekeken wordt naar welke DBC's gedeclareerd zijn, zo zegt Van der Laan. Voor al die DBC's is bekend welke zorgverleners erbij betrokken zijn geweest en hoeveel zij voor hun verrichtingen ontvingen. Voor oogartsen geldt bijvoorbeeld dat ze gemiddeld 85 procent van het gedeclareerde bedrag zelf houden. De rest gaat naar medische microbiologen (1 procent) en anesthesiologen (14 procent). Enkele andere specialismen ontvangen ook een klein percentage van de gedeclareerde DBC's.


Reacties (0)




(Advertentie)