Geplaatst op 3 februari 2012 door: Suzanne Bremmers | 0 reacties |

Meer kennis ouders verbetert therapietrouw astmatisch kind

Meer kennis ouders verbetert therapietrouw astmatisch kind

Naarmate ouders meer weten over de medicatie, zijn zij er sterker van overtuigd dat de medicatie noodzakelijk is voor de gezondheid van hun kind. Dit blijkt uit een RIVM-enquête onder de ouders van 229 kinderen die op 8-jarige leeftijd astmamedicijnen gebruiken. De ouders vinden dat ze voldoende globale informatie krijgen over de medicatie, maar over de precieze werking en het gebruik laat de informatie volgens eenderde van de ouders te wensen over.

Van de ouders die bijvoorbeeld niet wisten 'dat je ontstekingsremmers altijd moet gebruiken, óók als het goed gaat', gaf slechts 25 procent hun kind de ontstekingsremmers dagelijks. Van de ouders die deze kennis wel hadden, gaf 84 procent hun kind de ontstekingsremmers elke dag. 40 procent van de ouders geeft hun kind alleen ontstekingsremmers tegen astma als het kind kortademig of benauwd is.

Bijwerkingen

De meeste ouders (90-95 procent) vonden dat zij voldoende informatie hadden gekregen van de zorgverlener over ‘hoe het medicijn heet’, ‘waar het medicijn voor is’, ‘hoe het kind het medicijn moet gebruiken’ en ‘hoe u meer medicijnen kunt krijgen als ze op zijn’. Over alle andere aspecten van de medicijnen gaven aanzienlijke percentages ouders aan dat zij geen of te weinig informatie hadden gekregen. Respectievelijk 14 procent en 21 procent van de ouders vond dat zij onvoldoende informatie hadden gekregen over ‘wat het medicijn doet’ en over ‘hoe het werkt’. Ongeveer een derde van de ouders gaf aan geen of te weinig informatie te hebben gekregen over ‘hoe lang het duurt voordat het medicijn gaat werken’, ‘hoe ouders kunnen merken of het medicijn werkt’, ‘hoe lang het kind het medicijn moet gebruiken’ en over ‘wat u moet doen als u een dosis van het medicijn vergeet te geven’. Ten aanzien van alle punten die te maken hebben met mogelijke bijwerkingen van de medicijnen, zei een ruime meerderheid van de ouders (56-67 procent) dat zij daarover geen of te weinig informatie hadden gekregen. Ouders die naar eigen zeggen door hun zorgverleners beter waren geïnformeerd, maakten zich minder zorgen over mogelijke ongunstige effecten van het medicijngebruik.

Zo weinig mogelijk

Een andere opvallende uitkomst is dat het minderen van de medicatie of stoppen zonder dat de arts dat had aangeraden, op vrij grote schaal voorkomt. Wanneer dat gebeurde, was dat in circa 80 procent van de gevallen omdat het kind geen klachten meer had. ‘Angst voor gewenning’ en ‘vergeten’ speelden bij respectievelijk 15 procent en 12 procent van de ouders een rol wanneer minder medicijnen werden gegeven dan voorgeschreven. Ouders konden ook ‘overige redenen’ noemen. In deze categorie werd door een aantal ouders aangegeven dat zij probeerden hun kind zo weinig mogelijk medicijnen te geven.

Alle resultaten van de enquête staan beschreven in het RIVM rapport ‘Kinderen en astmamedicatie’. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Astma Fonds. De ouders doen mee aan het zogeheten Preventie en Incidentie van Astma en Mijt Allergie (PIAMA)-onderzoek, waaraan het RIVM een bijdrage levert.


Reacties (0)




(Advertentie)