Geplaatst op 5 september 2016 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Combinatie bloedtest en exacerbatiegeschiedenis bepaalt effect toevoegen ICS

Combinatie bloedtest en exacerbatiegeschiedenis bepaalt effect toevoegen ICS

Maar voor een klein percentage COPD-patiënten, mensen met een geschiedenis van frequente exacerbaties en daarbij een verhoogde eosinofielencondentratie, kunnen baat hebben bij het toevoegen van een inhalatiecorticosteroïden (ICS) aan tiotropium en een LABA. Dat blijkt uit resultaten van het WISDOM-onderzoek dat is gepresenteerd tijdens het jaarlijkse congres van de European Respiratory Society (ERS) in Londen.

De resultaten van een nieuwe post-hoc-subanalyse van het WISDOM-onderzoek wijzen uit dat het gebruik van ICS als onderdeel van een triple-therapie bij COPD de kans op een exacerbatie voor een kleiner aantal mensen vermindert dan in eerste instantie werd gedacht. Door het combineren van de exacerbatiegeschiedenis (twee of meer exacerbaties in de afgelopen twaalf maanden) met een verhoogde eosinofielenconcentratie van ≥400 cellen/µl kunnen artsen beter bepalen wanneer een ICS moet worden toegevoegd aan tiotropium en een LABA.

In het WISDOM-onderzoek, dat 52 weken bestreek, werd het effect beoordeeld van het stopzetten van ICS (fluticasonpropionaat) bij behandeling met tiotropium en een LABA (salmeterol). Het ging hierbij om patiënten met ernstige tot zeer ernstige COPD met een exacerbatiegeschiedenis.


Reacties (0)




(Advertentie)