Geplaatst op 23 mei 2017 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Anti-IL-5 getest voor een zeldzaam ziektebeeld

Anti-IL-5 getest voor een zeldzaam ziektebeeld

Mepolizumab is in Europa goedgekeurd voor de behandeling van ernstig refractair eosinofiel astma. Tijdens de ATS en een paar dagen eerder in de NEJM verschenen de uitkomsten bij een zeldzaam ziektebeeld: eosinofiele granulomatose met polyangiitis (EGPA), tot kort geleden het Churg-Strauss syndroom genoemd.

EGPA is een vorm van eosinofiele vasculitis, die wordt gekenmerkt door astma, sinusitis, longinfiltraten, neuropathie en eosinofiele vasculitis. Naar verluidt veroorzaken de eosinofiele granulocyten de pathogene effecten van EGPA. Interleukine (IL)-5 reguleert de proliferatie, maturatie en overleving van eosinofielen. De spiegels van dit cytokine zijn verhoogd bij EGPA-patiënten.

“Steroïden en nog meer steroïden”

De behandeling van EGPA wordt momenteel gekenmerkt door “steroïden en nog meer steroïden”, laat dr. Michael E. Wechsler, longarts in Denver, weten. Naast steroïden bestaat het standaardbeleid uit diverse cytotoxische therapieën, zoals azathioprine en cyclofosfamide.

Mepolizumab is een anti-IL-5 monoklonaal antilichaam, dat leidt tot een afname van het eosinofielengetal in het bloed. Het zou dus nuttig kunnen zijn voor de behandeling van EGPA.

Mepolizumab of placebo

Aan de fase III MIRRA-trial, “een samenwerking van academie, farma en NIH”, zoals Wechsler vermeldt, participeerden 136 patiënten met recidiverende en/of refractaire EGPA die voorheen gedurende ≥ 4 weken werden behandeld met een stabiele prednisolon- of prednisondosis (7,5-50 mg/dag). Ze kregen willekeurig mepolizumab 300 mg of placebo, dat iedere 4 weken subcutaan werd toegediend, in combinatie met de standaardzorg gedurende totaal 52 weken.

Minder opnames en steroïdgebruik

De behandeling met mepolizumab leidde tot significante toename van het aantal weken tot aan een nieuwe ziekenhuisopname gedurende een periode van 52 weken in vergelijking met placebo, het primaire eindpunt van deze studie. Een aanhoudende remissie van ≥ 24 weken was aanwezig bij 28 en 3% van de mepolizumab- en placebo-behandelde patiënten (odd’s ratio 5,91; p<0,001).

Het gebruik van een gemiddelde dagelijkse dosis prednisolon of prednison van < 4,0 mg per dag gedurende de weken 48-52, een van de secundaire eindpunten, was aanwezig bij 44% in de mepolizumab-groep en bij 7% in de placebogroep (OR 0,20; p<0,001). Het veiligheidsprofiel van mepolizumab was vergelijkbaar met dat waargenomen in eerdere studies.

Conclusies

Bij EGPA-patiënten resulteerde mepolizumab in een aanzienlijk langer aanhoudende remissie en een grotere kans op een remissie in vergelijking met placebo. Daardoor konden veel patiënten de glucocorticoïden afbouwen. Desondanks bereikte slechts de helft van de mepolizumab-behandelde patiënten een protocol-gedefinieerde remissie.

Referenties
Wechsler ME, Akuthota P, Jayne D, et al. Mepolizumab or Placebo for Eosinophilic Granulomatosis with Polyangiitis. N Engl J Med. 2017;376:1921-1932.

Mepolizumab for the Treatment of Patients with Eosinophilic Granulomatosis with Polyangiitis: A Phase III Randomized, Placebo-Controlled Trial. Wechsler ME, Akuthota P, Jayne D, et al. ATS, abstract A7602.


Reacties (0)




(Advertentie)