Geplaatst op 11 september 2017 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

'Behandel ernstige astma volgens een multidimensionaal model’

'Behandel ernstige astma volgens een multidimensionaal model’

Ernstige astma moet worden behandeld volgens een multidimensionaal model, waarbij er wordt gekeken naar het klinische fenotype, de conditie van de luchtwegen, comorbiditeit en riscofactoren. Vanuit dat model kan een gerichte therapie worden gevonden. Dat zei prof. Peter Gibson, van de University in Newcastle (Australië), gisteren tijdens het jaarlijkse congres van de European Respiratory Society in Milaan.

Gibson vertelde tijdens de drukbezochte ‘State of the art session: Airway diseases’ over het belang van een goede behandeling van ernstige astma. Hoewel het gaat om een kleine groep van tussen de 5 en 10 procent van alle astmapatiënten, is de mortaliteit in deze groep hoog, ook in westerse landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië. Daarnaast is er regelematig sprake van comorbiditeit, vaak ontstaan door het langdurige en intensieve gebruik van corticosteroïden.

Stappenplan

De Australische professor pleit voor een stappenplan bij het bepalen van de juiste behandeling; allereerst moet het klinische fenotype van de astma worden bepaald. Daarna bekijkt de arts of het mogelijk is een endotype te identificeren en vanuit dat uitgangspunt kan een gerichte therapie worden voorgeschreven. In dit proces kan gebruik worden gemaakt van het multidimensionale model. Bij de conditie van luchtwegen kan onder andere worden gekeken naar de  mate van ontstekingen, terwijl bij de risicofactoren rekening gehouden moet worden met ondergewicht of juist obesitas. Comborditeit heeft mede betrekking op de vraag of de patiënt ook andere therapieën volgt.

Behandeling

Door deze factoren te combineren, kan de longarts een juiste behandeling kiezen. Hiervoor komen steeds vaker ‘targeted therapies’ in aanmerking, aldus Gibson. Zo refereerde hij aan omaluzimab, mepoluzimab, meslizumab en dupilumab. Hij wees erop dat er nog wel enkele zaken onderzocht moeten worden, met betrekking tot monoklonale antilichamen. Zo moet er meer directe vergelijkingsstudies komen, zoals over allergische versus eosinofiele astma of omalizumb versus mepobuluzimab. Ook moet er meer duidelijkheid komen over ‘non-type-2-inflammation’ en moeten biomarkers worden onderzocht. Ten slotte is het belangrijk om nog meer onderzoek te doen naar langertemijneffecten en veiligheid van de middelen.


Reacties (0)




(Advertentie)