Geplaatst op 13 september 2017 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Genvariaties en wisselingen in glucosespiegel wijzen naar een hogere kans op hypoglykemie

Genvariaties en wisselingen in glucosespiegel wijzen naar een hogere kans op hypoglykemie

Type 1 en type 2 diabetespatiënten bij wie de nuchtere bloedglucosespiegel meer varieert of bij wie de glucosespiegel door de dag heen sterk wisselt, hebben vaker een hypoglykemie. Ook zorgt genetische variatie voor verschillende risico’s op een hypoglykemie bij type1 diabetespatiënten. In de sessie ‘Hypoglycaemia: identifying people at increased risk’ van de EASD Scientific Sessions in Lissabon zijn diverse studies gepresenteerd die pogen uit te vinden welke diabetespatiënten gevoeliger zijn voor een hypoglykemie.

Bij de behandeling van diabetes moet een strikte controle van de bloedglucosespiegel de complicaties van de ziekte voorkomen of beperken. Een bekend nadeel van deze aanpak is dat een te strakke controle bij sommige patiënten soms leidt tot een hypoglykemie. Het is nog niet precies duidelijk welke patiënten meer kans hebben op een (ernstige) hypoglykemie. Omdat de impact van een hypoglykemie groot is, proberen veel onderzoekers om patiënten met een extra risico te identificeren.

Polymorfisme

Kim Zillo Rokamp, onderzoeker in het Rigshospitalet Glostrup in Denemarken zag verschil in het aantal hypoglykemiën bij patiënten met twee varianten van het adrenoreceptor beta 2-gen (ADRB2). Het gaat daarbij om een polymorfisme in het Gly16Arg-allel. Rokamp ging bij 314 type 1 diabetespatiënten na wie minimaal ??n keer een ernstige hypoglykemie had doorgemaakt en bepaalde de genvariatie. Patiënten van wie Gly16Arg allel homozygoot is voor arginine hebben een ruim twee keer zo groot risico op een ernstige hypoglykemie dan patiënten die homozygoot zijn voor glycine. Rokamp denkt dat arginine geassocieerd is met een agonist-gemedieerde downregulatie. Daardoor kunnen symptomen afzwakken, kan counterregulatie optreden en wordt na herhaalde hypoglykemieën het optreden van een ernstige hypoglykemie bevordert.

Variatie glucosespiegel

Een onderzoeksteam onder leiding van Athena Philis-Tsimikas van het Scripps Whittier Diabetes Institute in San Diego, onderzocht de rol van variaties in de glucosespiegel bij zowel type 1 als type 2 diabetespatiënten die insuline gebruiken. Zij gebruikten voor het onderzoek de gegevens van de SWITCH-1 en SWITCH-2-studies waarin de behandeling met insuline degludec en insuline glargine is vergeleken. De onderzoekers vergeleken de incidentie van ernstige en nachtelijke hypoglykemieën in groepen met een lage, matige en grote variatie in de nuchtere bloedglucosewaarde. Ten opzichte van patiënten met een matig wisselende glucosespiegel hebben patiënten met een heel stabiele nuchtere waarde beduidend minder hypoglykemieën. Patiënten met een sterk wisselende nuchtere glucosewaarde hebben daarentegen significant vaker een ernstige of nachtelijke hypoglykemie. Het relatieve risico voor een ernstige hypoglykemie is 2,5.

Nachtelijke hypo

In een tweede post-hoc analyse vonden de onderzoekers ook dat meer variatie van de glucosespiegel gedurende de dag gepaard gaat met een grotere kans op hypoglykemiën. Bij patiënten met een stabiele glucosewaarde is de kans op een nachtelijke hypoglykemie 0,72 van die van patiënten met een matig wisselende spiegel. Patiënten met een sterk variërende glucosespiegel hebben bijna anderhalf keer zo veel kans op een nachtelijke hypo. De onderzoekers vonden echter geen verband met ernstige hypoglykemieën.

 

 


Reacties (0)




(Advertentie)