Geplaatst op 17 september 2017 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Imiquimod bij peri-oculair plaveiselcarcinoom succesvol

Imiquimod bij peri-oculair plaveiselcarcinoom succesvol

De toepassing van imiquimodcrème 5% is een veilige en effectieve behandeling van peri-oculaire laesies, waaronder actinische keratose, basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom, zo volgde uit een recent case report.

Ooglidcarcinoom maakt circa 5 tot 10 procent uit van alle cutane maligniteiten. De incidentie van de aandoening bedraagt ongeveer 15 op de 100.000 personen per jaar. Basaalcelcarcinoom is de meest frequent voorkomende cutane maligniteit, gevolgd door plaveiselcelcarcinoom, sebaceous carcinoom, melanoom en merkelcelcarcinoom. Bij plaveiselcelcarcinoom in situ kan behandeling onder meer bestaan uit excisie – de gouden standaard maar niet altijd mogelijk gezien de locatie van de laesie –  cryotherapie, laserablatie,  curettage, radiotherapie, topische 5-fluorouracil en imiquimodcrème. 

Imiquimod

Imiquimod is een synthetische imidazoquinoline-amine met krachtige antivirale en antitumoractiviteit. Deze kenmerkende eigenschappen van imiquimod hebben geleid tot toepassing van het middel binnen diverse gebieden van de dermatologie, met name bij cutane maligniteiten waarbij het effectief en veilig is gebleken. Vooralsnog was er echter beperkte ervaring en gepubliceerde literatuur over het gebruik van imiquimodcrème 5% bij de behandeling van peri-oculair intra-epidermaal plaveiselcelcarcinoom.  Garnacho Saucedo et al. rapporteerden onlangs hun bevindingen bij de toepassing van imiquimodcrème 5% in een case report.

Casus

Het betrof een mannelijke patiënt van 70 jaar met een intra-epidermaal plaveiselcelcarcinoom (ziekte van Bowen) dat histologisch bevestigd was. Patiënt werd gedurende twee maanden behandeld met 5% imiquimodcrème die drie keer per week op de laesie werd aangebracht, gevolgd  door een milde opthalmologische antibioticazalf die werd gebruikt totdat het epithelium genezen was.

Resultaat

Voorafgaand aan de behandeling was er sprake van persistente progressieve en licht verhoogde rode, schilferige plaque met korstvorming. Na twee maanden behandeling had patiënt een belangrijke inflammatie met oedeem en serohemorragisch korstvorming. Zes maanden na de behandeling was de laesie volledig verdwenen zonder sequelae of complicaties. Bij de laatste follow-up en een jaar later was er geen klinisch detecteerbare laesie meer zichtbaar. De behandeling heeft bij patiënt geen oculaire bijwerkingen tot gevolg gehad.


Reacties (0)




(Advertentie)