Geplaatst op 14 november 2017 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Verschil in bloeddrukmeting heeft geen invloed op uitkomsten

Verschil in bloeddrukmeting heeft geen invloed op uitkomsten

Ondanks de instructies en trainingen van de betrokken behandelaren bestond in de SPRINT-trial een aanzienlijke variatie in de gebruikte methoden voor bloeddrukmeting. Wel waren de gemiddelde bloeddruk en aantal gebruikte medicijnen vergelijkbaar tussen de groepen. Karen Johnson (Memphis) presenteerde de uitkomsten en Scripal Bangalore (New York) voorzag die van commentaar.

Een strenge streefwaarde voor de bloeddruk leidt tot een lager risico op cardiovasculaire (CV) events in vergelijking met een standaard streefwaarde. Dat is algemeen geaccepteerd. Er is discussie over de vraag welke streefwaarde voor de systolische bloeddruk (SBD) gehanteerd zou moeten worden. Moet dat < 120 mmHg, < 130 mmHg of een andere waarde zijn?

Lagere cardiovasculaire mortaliteit

In de SPRINT-studie is onderzocht wat het effect is van een intensievere bloeddrukverlagende behandeling dan momenteel wordt aanbevolen. De deelnemers werden willekeurig verdeeld in een SBD-streefwaarde van < 120 of < 140 mmHg, respectievelijk intensieve en standaardbehandeling.

Behandeling op basis van de strenge streefwaarde ging gepaard met een lager risico op cardiovasculaire ziekten en mortaliteit dan de standaardbehandeling.

Geen toezicht

Onderzoekers die niet bij de SPRINT-studie betrokken waren, stelden dat er geen toezicht was op de in de SPRINT-studie toegepaste technieken voor bloeddrukmeting. Daardoor is de gemeten bloeddruk niet vergelijkbaar met andere studies.

Vanwege deze kritiek is direct na de laatste controles van de SPRINT-studie, een survey gestart waarbij de bloeddrukmetingen met en zonder controle door een zorgverlener plaatsvonden.

Resultaten becommentarieerd

De gemiddelde SBP, DBP, verandering van de SBD en gemiddelde aantal gebruikte medicijnen waren vergelijkbaar tussen de groepen met een verschillende methode van bloeddrukmeting. Dit is volgens Bangalore niet verbazingwekkend, omdat het studieprotocol verplicht stelde om een bepaalde streefwaarde voor de bloeddruk te halen.

Gezien de verschillen in bloeddrukwaarden bij gebruik van verschillende meetmethoden vindt hij het niet gepast om bij gebruik van verschillende meetmethoden dezelfde streefwaarden te hanteren.

Mortaliteit

Ook de all-cause mortaliteit was vergelijkbaar tussen de groepen. Ook deze uitkomst vindt Bangalore niet verbazingwekkend, omdat de hazard ratio (HR) afhankelijk is van het verschil in bloeddruk tussen de groepen met een intensieve en standaardbehandeling en niet van de absolute bloeddrukwaarden die ter discussie staan.

Adverse events

Van groter belang is dat de absolute percentages ernstige adverse events (SAE’s) grotendeels vergelijkbaar waren tussen de groepen. Deze bevinding is naar zijn mening geruststelling, maar zou vertroebeld kunnen zijn als gevolg van misclassificatie.

Beperkingen

Dit betrof een post-hocanalyse die was bedoeld om de methoden van bloeddrukmeting vast te stellen. De classificatie van deze methoden was gebaseerd op rapportage door de onderzoekers, wat zou kunnen leiden tot misclassificatie.

Een andere beperking is dat de metingen met en zonder aanwezigheid van een zorgverlener niet werden herhaald bij dezelfde persoon. Ten slotte was deze analyse niet voorafgaand aan het starten van de SPRINT-trial gepland.


Reacties (0)




(Advertentie)