Geplaatst op 16 januari 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Voedselallergie: IgE-gemedieerd versus niet-IgE-gemedieerd

Voedselallergie: IgE-gemedieerd versus niet-IgE-gemedieerd

Met een goede anamnese en kennis van de meest voorkomende voedselallergenen en met de hulp van een bloedtest voor specifiek IgE, kunnen de meest waarschijnlijke oorzaken voor een allergische reactie worden geïdentificeerd.

 

 

Classificatie

De classificatie van voedselovergevoeligheid wordt gemaakt op basis van het onderliggende pathofysiologische mechanisme, zoals weergegeven in figuur 1.
 
 
 

Allergische voedselovergevoeligheid (voedselallergie)

Voedselallergie kan immunoglobuline-E (IgE)-gemedieerd en niet-IgE-gemedieerd zijn.
Een IgE-gemedieerde voedselallergie kan ontstaan na sensibilisatie van het allergeen via de huid, luchtwegen of darm. Voedselsensibilisatie is de gevoeligheid van het lichaam voor voedseleiwitten wat resulteert in de productie van IgE tegen dat eiwit1,2. Wanneer iemand gesensibiliseerd is voor een specifiek voedselallergeen, kan het voorkomen dat allergische symptomen achterwege blijven na blootstelling aan dit voedselallergeen1.
 

Niet-allergische voedselovergevoeligheid

Niet-allergische voedselovergevoeligheid wordt gedefinieerd door reacties op voeding die resulteren in activering van andere immunologische routes (niet-IgE, zoals bijvoorbeeld T-cel gemedieerd). De klinische uitingen omvatten atopisch eczeem/dermatitis, voedseleiwit geïnduceerde enterocolitis, proctocolitis, en enteropatische syndromen zoals bijvoorbeeld coeliakie1,2.
 

Wat is het verschil tussen een IgE-gemedieerde en een niet IgE-gemedieerde reactie?

IgE-gemedieerde reacties worden gekarakteriseerd door het krijgen van specifieke symptomen, normaal gesproken binnen 1-2 uur na de inname of blootstelling aan het voedselallergeen1
 
Een niet-IgE-gemedieerde reactie wordt gekarakteriseerd door een vertraagde reactie (24-48 uur) van het immuunsysteem na blootstelling aan het voedselallergeen1

Bij een verdenking op een IgE-gemedieerde voedselallergie kan een bloedtest voor specifiek IgE helpen de juiste diagnose te stellen. Het is van belang een bloedtest voor specifiek IgE te kiezen die het verdachte allergeen bevat. Het bepalen van totaal IgE wordt niet aangeraden voor de diagnose
voedselallergie1.


Veelvoorkomende voedselallergenen

Koemelk, kippenei, pinda, noten, fruit (appel, kiwi, perzik, banaan) en schaaldieren vormen de meest voorkomende Europese voedselallergenen3. De reacties kunnen zowel IgE-als niet-IgE-gemedieerd zijn. Bij IgE-gemedieerde voedselallergie kunnen milde (oraal allergie syndroom) tot ernstigere reacties plaatsvinden (anafylaxis).


Prevalentie van een IgE-gemedieerde voedselallergie

De prevalentie van een IgE-gemedieerde voedselallergie is hoger bij kinderen dan bij volwassenen2. Voedselallergie komt voor bij ongeveer 2% in volwassenen en 8% bij kinderen, waarbij er meer bewijs komt dat de prevalentie toeneemt4.

Wereldwijd zijn er tenminste 500 miljoen mensen die lijden aan een voedselallergie5, en ongeveer 30% of van de kinderen is allergisch voor meer dan 1 voedselallergeen6.

Ongeveer 40% van de kinderen met eczeem heeft ook een voedselallergie, waarbij koemelk, kippenei, pinda en noten voor ca. 90% de voedselallergenen zijn5.

De helft van de kinderen groeit over hun koemelk- en kippenei-allergie heen wanneer ze tussen de 5- en 6 jaar zijn 7,8.

Ongeveer 1/3 van de kinderen met een voedselallergie heeft astma en 4-8% van de kinderen met astma heeft ook een voedselallergie9. Patiënten met astma en een IgE-gemedieerde voedselallergie hebben een groter risico op een fatale reactie9.

Luchtwegklachten als gevolg van voedselallergenen worden meestal veroorzaakt door pinda, noten, kippenei, melk, soja en schaaldieren9.

Zelf gerapporteerde prevalentie versus gepubliceerde prevalentie

Zelf gerapporteerde voedselallergie is veel hoger dan uit publicaties naar voren komt. Een recente Nederlandse studie laat zien dat de prevalentie via zelfrapportage ongeveer 11% is bij volwassenen, terwijl het in slechts 3-4% ging om een daadwerkelijke voedselallergie10. Bovendien rapporteert 1/3 van de ouders dat hun kind een voedselallergie heeft in de eerste 3 levensjaren, terwijl veel kinderen dit niet hebben11.

Gastrointestinale symptomen, die worden veroorzaakt door niet-IgE-gemedieerde of niet allergische gemedieerde voedselovergevoeligheid (b.v. lactose intolerantie, coeliakie, of IBS) worden vaak verward met IgE-gemedieerde voedselallergie1,12.

Tests voor specifiek IgE zijn de eerste stap voor het bevestigen van een sensibilisatie13 en zijn bruikbaar als een hulpmiddel voor de bevestiging van de betrokkenheid van IgE in (zelf-) gerapporteerde voedselovergevoeligheid. 
Met een goede anamnese en kennis van de meest voorkomende voedselallergenen (zie boven – veelvoorkomende voedselallergenen) en met de hulp van een bloedtest voor specifiek IgE, kunnen de meest waarschijnlijke oorzaken voor een allergische reactie worden geïdentificeerd11.  

Bezoek de website allergie-educatie.nl voor meer informatie over allergie en allergiediagnostiek in het bijzonder.

 

Referenties:

1) Burks AW et al. ICON: food allergy. J Allergy Clin Immunol 2012;129:906-920.
2) Carrard A et al. Update on food allergy. Allergy 2015; 70: 1511–1520.
3) Nwaru B I et al.  Prevalence of common food allergies in Europe: a systematic review and meta-analysis. Allergy 2014; 69: 992–1007.
4) Chafen JJ et al. Diagnosing and managing common food allergies: a systematic review. JAMA 2010; 303:1848-56.
5) Pawankar R (Ed), et al., White Book on Allergy, 2011; World Allergy Organization.
6) Food Allergy and Research Web page: https://www.foodallergy.org/life-food-allergies/food-allergy-101/facts-and-statistics.
7) Sicherer SH et al. The Natural History of Egg Allergy in an Observational Cohort. J Allergy Clin Immunol. 2014 February ; 133(2): 492–499.e8.
8) Wood RA et al. The natural history of milk allergy in an observational cohort. J Allergy Clin Immunol. 2013 March ; 131(3): 805–812.
9) Bird aJ et al. Food Allergy and Asthma. 2009 18 258–265.
10) Le TM et al. Food allergy in the Netherlands: differences in clinical severity, causative foods, sensitization and DBPCFC between community and outpatients. Le et al. Clinical and Translational Allergy (2015) 5:8.
11) Stiefel et al. How to use serum-specific IgE measurements in diagnosing and monitoring food allergy. Arch Dis Child Educ Pract Ed 2012;97:29–36.
12) Sicherer SH. Clinical Aspects of Gastrointestinal Food Allergy in Childhood Pediatrics. 2003; 111: 1609-16.
13) EAACI Food Allergy and Anaphylaxis Guidelines: diagnosis and management of food allergy (2014).

 


Reacties (0)




(Advertentie)