Geplaatst op 29 mei 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Is een autologe huidtest zinvol bij urticaria?

Is een autologe huidtest zinvol bij urticaria?

Pro-con-debatten zijn een blijvend en populair onderdeel geworden van het jaarlijkse EAACI-congres. Op 28 mei werd even vriendschappelijk als scherp gedebatteerd over de vraag of een autologe huidtest wel of niet zinvol is bij urticaria. Ja, vond dr. C. Grattan (Norwich, Groot-Brittannië), die de 'autologous serum skin test' (ASST) als eerste beschreef.1 Niet in de dagelijkse klinische praktijk, meende daarentegen prof. dr. T. Zuberbier (Berlijn).

Dr. Grattan ging nader in op vier argumenten voor de ASST. Ten eerste: het draagt bij aan inzicht in het mechanisme van chronische idiopathische urticaria (CIU). Ten tweede een volgens Grattan nog veel belangrijker punt: de test draagt bij aan beeldvorming van het klinische karakter van de urticaria. Als chronische spontane urticaria (CSU) autoreactief blijken (de ASST is dan positief), dan heeft dat belangrijke consequenties: de ziekteactiviteit is over het algemeen hoger, de respons op H1-antihistaminica lager. Ook is er vaker sprake van vorming van auto-antistoffen tegen de schildklier. Autoreactiviteit lijkt van invloed op de respons op omalizumab: deze respons kan in dat geval langer (soms weken langer) op zich laten wachten.2 Ten derde is de ASST een aantrekkelijk in-vivo alternatief voor de in-vitro laboratoriumtest.3 Ten vierde is het een eenvoudige en veilige test, aldus Grattan. Huidinfecties, overdracht van virussen of anafylaxie zijn niet gemeld. Ook leidt de test niet tot jeuk. “Maar het belangrijkste is, dat de test een fraai, ook voor de patiënt goed zichtbaar resultaat geeft”, aldus de spreker. “Patiënten zijn er enthousiast over, het geeft artsen belangrijke inzichten, iedereen kan de test uitvoeren, en hij is veilig.”

Alleen in het laboratorium

Prof. Zuberbier wilde nog wel toegeven dat de ASST van enige waarde kan zijn in het laboratorium, maar niet in de dagelijkse klinische praktijk. Daarvoor vond hij deze test onder meer te tijdrovend. Een belangrijker bezwaar is de lage sensitiviteit, aldus Zuberbier.4 Ook heeft de ASST in vergelijking met de 'autologous plasma skin test' (APST) een lagere positieve voorspellende waarde.5 Zuberbier vroeg zich af of het zo veel uitmaakt dat de patiënt ASST-positief of -negatief blijkt te zijn. “In de praktijk geef je namelijk gewoon dezelfde therapie.” Hij vond het een te negatieve benadering om de ASST-positieve patiënt bijvoorbeeld te waarschuwen dat het lang zou kunnen duren voordat omalizumab merkbare effecten heeft. Zuberbiers motto: “Bespaar tijd, praat met je patiënt, en laat de ASST maar zitten.”
Voorafgaand was 60% van de toehoorders van mening dat de ASST bij urticaria niet zinvol was, na afloop was dat percentage ongewijzigd; daarmee werd Zuberbier tot winnaar van het debat uitgeroepen.

Referenties
1. Sabroe RA, Grattan CE, Francis DM, Barr RM, Kobza Black Aet al. The autologous serum skin test: a screening test for autoantibodies in chronic idiopathic urticaria. Br J Dermatol. 1999 Mar;140(3):446-52.
2. Gericke J, Metz M, Ohanyan T, et al. Serum autoreactivity predicts time to response to omalizumab therapy in chronic spontaneous urticaria. J Allergy Clin Immunol. 2017 Mar;139(3):1059-1061.
3. Altrich ML1, Halsey JF, Altman LC. Comparison of the in vivo autologous skin test with in vitro diagnostic tests for diagnosis of chronic autoimmune urticaria. Allergy Asthma Proc. 2009 Jan-Feb;30(1):28-34.
4. Aktar S, Akdeniz N, Ozkol HU, et al. The relation of autologous serum and plasma skin test results with urticarial activity score, sex and age in patients with chronic urticaria. Postepy Dermatol Alergol. 2015 Jun;32(3):173-8.
5. Kumaran MS, Mangal S, Narang T, et al. Autologous Serum and Plasma Skin Tests in Chronic Spontaneous Urticaria: A Reappraisal. Indian Dermatol Online J. 2017 Mar-Apr;8(2):94-99.
 

Reacties (0)




(Advertentie)