Geplaatst op 30 mei 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Bestaat de 'atopic march' eigenlijk wel?

Bestaat de 'atopic march' eigenlijk wel?

Het idee van de 'atopic march' is algemeen geaccepteerd en ook terug te vinden in de leerboeken. Dit paradigma houdt in dat een kind met atopische dermatitis op latere leeftijd een verhoogde kans heeft op luchtwegaandoeningen, met name astma en allergische rhino-conjuntivitis. In een gloedvol betoog noemde prof. dr. A. Custovic uit Londen de atopic march een obstakel voor genuanceerdere concepten.

Custovic hekelde vooral de aanname dat de atopic march een bijna onontkoombare ketting van gebeurtenissen zou zijn als er niet tijdig wordt ingegrepen. Voor dit idee is eenvoudigweg onvoldoende bewijs, meende hij. Toch is het concept terug te vinden in handboeken en richtlijnen. “De atopic march een halt toeroepen is een concept waaraan inmiddels tientallen of zelfs honderden miljoenen onderzoeksgeld aan gespendeerd is.” Custovic memoreerde een studie uit 2001 waarin behandeling met antihistaminica van jonge kinderen met atopische dermatitis volgens de kans op een luchtwegaandoening volstrekt niet beïnvloedde (al valt daarover volgens de auteurs te twisten).1

Het vasthouden aan het paradigma van de atopic march, aldus Custovic, kan waardevol onderzoek naar de pathofysiologie van atopische ziekten in de weg staan. Weliswaar bestaat er een duidelijke associatie tussen atopische dermatitis en luchtwegaandoeningen; dit zegt echter niets over een causaal verband. Het paradigma, betoogde hij, komt voort uit cross-sectionele analyses van populaties uit longitudinale studies. (“Maar, geachte collega's, u ziet geen populaties in uw spreekkamer.”)

Eczeem, wheeze en rhinitis komen allemaal veel en ook samen voor, aldus Custovic, maar over het algemeen als onafhankelijke entiteiten, die misschien wel, misschien niet zijn geassocieerd met allergische sensitisatie. Ook zijn er maar weinig aanwijzingen dat eczeem doorgaans aan wheeze of allergische rhinitis vooraf zou gaan.

Een door hemzelf geleid onderzoek laat zien, dat de manieren waarop eczeem, wheeze en rhinitis zich ontwikkelen, heterogeen zijn.2 “Maar zes procent van de onderzochte kinderen vertoonde een ontwikkeling die een atopic march suggereert: 94% dus niet.” De in dit onderzoek naar voren gebrachte acht symptoomprofielen (waarvan de atopic march er dus maar één is) kunnen helpen de heterogene oorzaken van luchtwegallergie te doorgronden. Mogelijk representeren de profielen causale mechanismen.

Referenties
1. Warner JO; ETAC Study Group. Early Treatment of the Atopic Child. A double-blinded, randomized, placebo-controlled trial of cetirizine in preventing the onset of asthma in children with atopic dermatitis: 18 months' treatment and 18 months' posttreatment follow-up. J Allergy Clin Immunol. 2001 Dec;108(6):929-37.
2. Belgrave DC, Granell R, Simpson A, et al. Developmental profiles of eczema, wheeze, and rhinitis: two population-based birth cohort studies. PLoS Med. 2014 Oct 21;11(10):e1001748.

Reacties (0)




(Advertentie)