Geplaatst op 14 juni 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Upadacitinib toont veelbelovende fase-3-data bij RA-patiënten die falen op MTX of csDMARDs

Upadacitinib toont veelbelovende fase-3-data bij RA-patiënten die falen op MTX of csDMARDs

Twee grote namen in de reumatologie, Prof. Dr. Josef Smolen en Prof. Dr. Gerd Burmester, presenteerden data van twee registratiestudies met JAK-remmer upadacitinib bij reumatoïde artritis (RA). 1,2 Upadacitinib verbeterde de uitkomsten van zowel RA-patiënten die onvoldoende reageren op methotrexaat (MTX) als zij met actieve ziekte tijdens behandeling met conventionele synthetische DMARD’s (csDMARD’s).

Upadacitinib is een selectieve JAK-1-remmer die wordt onderzocht in verschillende immuungerelateerde ziektebeelden, waaronder reumatische aandoeningen, maar ook atopische dermatitis en de ziekte van Crohn. 

Als MTX onvoldoende is

Biologicals zijn momenteel de gangbare behandeling voor patiënten die falen op MTX. Prof. Smolen benadrukte echter dat tot wel de helft van deze patiënten actieve ziekte houdt.1 In een dubbelblind gerandomiseerd fase-3-studie werden 648 patiënten met matig-ernstige tot ernstige RA die onvoldoende reageerden op MTX geïncludeerd. Overstappen naar upadacitinib monotherapie (15 of 30 mg) werd vergeleken met doorbehandelen met MTX (gemiddeld 16,7 mg/week).

Na 14 weken was de ACR20 significant hoger bij behandeling met upadacitinib 30 en 15 mg dan met MTX (71% en 68% versus 41%; P < 0,001). Een vergelijkbare verbetering werd gezien bij DAS28-CPR ≤ 3,2, het andere primaire eindpunt. Upadacitinib 30 mg liet hier echter een numeriek grotere verbetering zien (53% en 45% versus 19%, P < 0,001). Het verschil in ACR20 en DAS28-CPR ≤ 3,2 was al significant vanaf week 2. Daarnaast was het percentage patiënten dat op basis van de Clinical Disease Activity Index (CDAI) klinische remissie bereikte volgens Smolen opmerkelijk hoog in deze moeilijk te behandelen populatie (18% en 13% versus 1%, P < 0.001).

Upadacitinib toevoegen aan csDMARD’s

Prof. Burmester presenteerde een dubbelblind gerandomiseerde fase-3-studie waarin bij 661 RA-patiënten met onvoldoende respons op een csDMARD ofwel placebo ofwel upadacitinib 30 of 15 mg werd toegevoegd aan de behandeling.2 Ook in deze studie bereikte na 12 weken significant meer patiënten de primaire eindpunten ACR20 (66,2% en 63,8% versus 35,7%, P < 0,001) en DAS28-CPR ≤ 3,2 (47,9% en 48,4% versus 17,2%; P < 0,001). In deze studie werd al na een week ACR20-respons gezien in de upadacitinib-groepen.

Veiligheid

In beide studies lag de veiligheidsdata in lijn met dat in eerdere studies met upadacitinib.1,2 De meest voorkomende bijwerkingen waren infecties en een verhoogd creatinekinase. Ook werden meer herpeszosterinfecties gezien: een bekend fenomeen bij JAK-remmers.

Upadacitinib als alternatief

Prof. Smolen concludeerde dat, bij onvoldoende effectiviteit van MTX, overstappen naar upadacitinib monotherapie leidde tot een lagere ziekteactiviteit dan doorbehandelen met MTX.1 De data van Prof. Burmester toonden dat bij onvoldoende effect van csDMARDs het toevoegen van upadacitinib leidde tot een betere respons.2

Referenties
1. Smolen J, Cohen S, Emery P, et al. Upadacitinib as monotherapy: a phase 3 randomised controlled double-blind study in patients with active rheumatoid arthritis and inadequate response to methotrexate. EULAR 2018. Abstract OP0035.
2. Burmester G, Kremer J, van den Bosch F, et al. A phase 3 randomised, placebo-controlled, double-blind study of upadacitinib (ABT-494), a selective jak-1 inhibitor, in patients with active rheumatoid arthritis with inadequate response to conventional synthetic dmards. Abstract OP0036.

 


Reacties (0)




(Advertentie)