Geplaatst op 27 juni 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Steeds meer inzicht in monogenetische diabetes bij jongeren

Steeds meer inzicht in monogenetische diabetes bij jongeren

Naar schatting heeft 2% van de jongeren met diabetes de monogenetische variant MODY. Vaak krijgen zij een verkeerde diagnose en missen daardoor de meest optimale behandeling. Op basis van klinische algoritmes kunnen patiënten geselecteerd worden voor een genetische test. Blijkbaar zijn er nogal wat barrières. Onderzoekers van het ProDiGY samenwerkingsverband toonden nieuwe resultaten tijdens de 78th ADA Scientific Sessions.

Wat is de prevalentie van MODY (Maturity-Onset Diabetes of the Young) onder jongeren die gediagnosticeerd zijn met type 2 diabetes? Om dit uit te zoeken analyseerden onderzoekers de Whole Exome Sequencing (WES) data van ProDiGY (Progress for Diabetes Genetics in Youth), een samenwerking van diverse studies (TODAY, SEARCH for Diabetes in Youth en genetische studies bij type 2 diabetes).

14 genen

In de analyse lag de focus op de 14 genen die al eerder geïdentificeerd zijn als onderliggende oorzaak van MODY (HNF1α, GCK, HNF4α, PDX1, HNF1B, NEUROD1, KLF11, CEL, PAX4, INS, BLK, KCNJ11, ABCC8 en APPL1). Wanneer de patiënten een of meer varianten hadden die geclassificeerd zijn als pathogenetisch LP of P volgens de huidige richtlijnen, werden zij beschouwd als MODY.

LP/P variant

De onderzoekers zagen dat 77 van de 3650 patiënten een LP/P variant hadden in HNF4α (14), GCK (22), HNF1α (32), PDX1 (4), INS (3) en PAX4 (2). In vergelijking met de jongeren die geen LP/P variant bij zich droegen, waren de jongeren met MODY jonger gediagnosticeerd (12.9 ± 0.3 vs. 13.6 ± 0.1, P=0.01) en hadden zij lagere nuchtere C-peptide niveaus (3.0 ± 0.2 vs. 4.5 ± 0.1, P=0.0001). Jongeren met MODY hadden minder vaak hypertensie (6.9% vs. 18.2%, P=0.03) en gebruikten minder vaak insuline (32.0% vs. 51.1%, P=0.001). De familiegeschiedenis met diabetes verschilde niet significant, ook etniciteit maakte geen verschil.

Juiste criteria

Met deze uitgebreide set aan genen vonden de onderzoekers in 2% van de jongeren MODY, terwijl zij gediagnosticeerd waren met type 2 diabetes. De gemene deler is nog niet gevonden; de jongeren hadden verschillende klinische karakteristieken. De onderzoekers benadrukken dan ook het belang van verder onderzoek om de juiste criteria te vinden voor genetische tests.

Bètacel-defect

MODY is een monogene aandoening die ontstaat door autosomaal dominante overerving. Bij MODY is sprake van een bètacel-defect. Er zijn inmiddels meer dan 10 varianten van MODY bekend. In Europa komt HNF1α-MODY (MODY3) het meest voor, gevolgd door GCK-MODY (MODY2) en HNF4α-MODY (MODY1). De andere typen zijn heel zeldzaam. Het is niet eenvoudig de juiste diagnose te stellen. Dit is uiterst belangrijk voor de impact van deze vorm van diabetes en het familiaire risico.

 

 


Reacties (0)




(Advertentie)