Geplaatst op 26 juli 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Hoogrisicogedrag bij hiv+ MSM met hepatitis co-infectie

Hoogrisicogedrag bij hiv+ MSM met hepatitis co-infectie

Het blijkt dat virale hepatitis B (HBV) en hepatitis C (HCV) markers zijn voor seksueel hoogrisicogedrag onder seropositieve MSM. Voor MSM met een hiv/HCV-co-infectie is er een duidelijke associatie met chemseks en gelijktijdige transmissie van syfilis ten tijde van de hiv-diagnose, maar dat geldt niet voor chlamydia of gonorroe.

Onderzoekers in Hong Kong gingen uit van de hypothese dat mannen die seks hebben met mannen (MSM) en een hiv/HCV-co-infectie hebben, een specifieke groep vormen met bepaald risicovol seksueel gedrag. 

Opzet van de studie

Zij brachten dit in kaart door alle volwassen patiënten met een net gediagnosticeerde hiv-infectie die in één jaar een van de vier openbare gezondheidszorgcentra in Hong Kong bezochten, uit te nodigen mee te doen aan een prospectieve cohortstudie. Daarbij vulden de deelnemers een vragenlijst in en werd er bloed afgenomen voor een filogenetische hiv-analyse. Tevens werden de HBV- en HCV-infectiestatus (HBsAg, anti-HCV) ten tijde van de hiv-diagnose samen met de voorgeschiedenis van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) vermeld en geanalyseerd. 

Risicovol gedrag in kaart gebracht

In totaal werden op deze manier 344 nieuw gediagnosticeerde patiënten geïncludeerd. Van hen was 87% MSM, en de prevalentie van HBV- en HCV-infectie bedroeg resp. 5,37% en 3,69%. In totaal vulden 191 MSM met een mediane leeftijd van 31 jaar de vragenlijst in. Tevens werden het hiv-subtype en de overige klinische data geanalyseerd. Bij 40% van hen deden zich bacteriële SOA’s voor (syfilis, gonorroe en/of chlamydia). Het bleek dat de hiv-positieve MSM met HBV of HCV ten tijde van de diagnose vaker gelijktijdige partners hadden (OR 2,98; p = 0,034), deelnamen aan groepsseks, (OR 4,46; p = 0,005) en partydrugs gebruikten tijdens seks (zogenaamde ‘chemseks’: OR 5,79; p = 0,001). 

Vaker chemseks en syfilis bij hiv/HCV-co-infectie

Vooral bij de MSM met hiv/HCV-co-infectie was de OR voor een geschiedenis van chemseks (OR 8,62; p = 0,026) en infectie met syfilis (OR 9,86; p = 0,022) hoger, maar dat was niet het geval voor de andere SOA’s. Alle hiv/HCV-co-geïnfecteerde patiënten gaven aan dat ze de hiv-infectie lokaal hadden opgelopen. Tussen MSM met en zonder HBV of HCV bleek geen verschil te zijn wat betreft hiv-subtypedistributie. Het op zoek geweest zijn naar sekspartners in sauna’s in het jaar voordat de infectie werd gediagnosticeerd, liet een marginaal effect zien op de HBV/HCV-status van deze mannen (OR 2,53; p = 0,051). 

Bron
Kwan TH, et al. Behavioural profile of viral hepatitis co-infected MSM at HIV diagnosis. AIDS 2018.

Reacties (0)




(Advertentie)