Geplaatst op 28 augustus 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Lage dosis antistolling niet nuttig bij hartfalen zonder AF

Lage dosis antistolling niet nuttig bij hartfalen zonder AF

Een lage dosis rivaroxaban ging niet gepaard met een significante afname van het risico op overlijden, myocardinfarct of beroerte in vergelijking met placebo bij patiënten met verslechterende chronisch hartfalen, verminderde ejectiefractie en coronaire hartziekte, maar zonder atriumfibrilleren (AF). Dat is naar voren gekomen uit de COMMANDER HF-trial. Prof. Faiez Zannad (Vandoeuvre Les Nancy, Frankrijk) presenteerde de uitkomsten en is eerste auteur van de gelijktijdig verschenen NEJM-publicatie.

Hartfalen gaat gepaard met activering van trombine-gerelateerde pathways, wat voorspellend is voor een slechte prognose.

Hoge en lage dosering

De factor-Xa-remmer rivaroxaban in een dosering van 10 of 20 mg per dag is goedgekeurd voor:

  • preventie en behandeling van veneuze trombo-embolieën en 
  • preventie van beroerten en systemische embolieën bij AF-patiënten. 

Mogelijk dat bij patiënten met verslechterende chronisch hartfalen en onderliggende coronaire hartziekte behandeling met rivaroxaban de trombinevorming zou kunnen verminderen en de uitkomsten zou kunnen verbeteren.

Rivaroxaban vs. placebo

In de dubbelblinde, gerandomiseerde COMMANDER-trial participeerden ruim vijfduizend patiënten met chronisch hartfalen, linkerventrikelejectiefractie (LVEF) van ≤ 40%, coronaire hartziekte en verhoogde plasmaconcentraties van natriuretische peptiden, maar zonder AF.
Na een behandelde episode van verslechterd hartfalen kregen ze naast de standaardzorg, onder andere antiplaatjestherapie, willekeurig rivaroxaban in de lage dosering van 2 dd 2,5 mg of placebo.

Geen verschil in effectiviteit

Het primaire effectiviteitseindpunt was een samenstelling van all-cause mortaliteit, myocardinfarct of beroerte. Na een mediane follow-upperiode van 21,1 maanden was het primaire eindpunt opgetreden bij 25,0% in de rivaroxaban-groep en bij 26,2% in de placebogroep (hazard ratio 0,94; p = 0,27).
Er werd tevens geen significant verschil in all-cause mortaliteit, dat onderdeel uitmaakte van het primaire eindpunt, gevonden (21,8 vs. 22,1%; HR 0,98).

Bloedingsevents

Het belangrijkste veiligheidseindpunt was het optreden van fatale bloedingen of bloedingen in een kritieke locatie, waarbij blijvende invaliditeit zou kunnen ontstaan.
Dit veiligheidseindpunt trad op bij 18 rivaroxaban-behandelde patiënten en bij 23 patiënten in de placebogroep, eveneens een niet-significant verschil (HR 0,80; p = 0,48).

Gevolg van hartfalen

Prof. Zannad benoemt dat aan deze studie hoogrisicopatiënten die recent waren opgenomen vanwege hartfalen, deelnamen.
Hij acht het waarschijnlijk dat een groot deel van de overlijdensgevallen veroorzaakt is door hartfalen en niet door trombo-embolische events.

Commentaar

In een reactie geeft dr. Jean-Claude Tardif (Montreal, Canada) aan dat het gevonden gebrek aan effectiviteit van rivaroxaban in deze trial in overeenstemming is met eerdere gerandomiseerde studies naar warfarine.
Net als prof. Zannad benadrukt hij dat de meeste ziekenhuisopnames en overlijdensgevallen veroorzaakt waren door hartfalen, waar de antistollingstherapie geen invloed op heeft. Dr. Tardif vindt orale antistolling niet nuttig voor hartfalenpatiënten zonder AF.

Referentie
Zannad F, Anker SD, Byra WM, et al. Rivaroxaban in Patients with Heart Failure, Sinus Rhythm, and Coronary Disease. New Engl J Med August 27, 2018. DOI: 10.1056/NEJMoa1808848.

 


Reacties (0)




(Advertentie)