Geplaatst op 2 oktober 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

CV-voordelen canagliflozine ook bij patiënten met CKD

CV-voordelen canagliflozine ook bij patiënten met CKD

SGLT-2-remmers zijn nog niet goedgekeurd voor gebruik door patiënten met significant verminderde nierfunctie bij wie het glykemisch effect afhankelijk is van de eGFR. Reden om hier onderzoek naar te doen is een analyse van het CANVAS-programma. De nieuwe data zijn op 2 oktober 2018 gepresenteerd tijdens de 54ste EASD Scientific Sessions in Berlijn.

SGLT-2-remmers hebben inmiddels bewezen dat ze én bloedglucoseverlagend werken én cardiovasculaire en renale voordelen bieden. Tijdens de Scientific Sessions van de American Diabetes Association in San Diego in 2017 zijn de langverwachte resultaten gepresenteerd van het CANVAS-programma (CANagliflozin cardioVascular Assessment Study). Dit programma combineerde de data van twee studies, CANVAS en CANVAS-R (een toegewijde renale uitkomststudie) met in totaal 10.142 patiënten met type 2 diabetes en een hoog cardiovasculair risico. Canagliflozine veroorzaakte een significante reductie van 14% in cardiovasculaire events en maar liefst 40% in gecombineerde renale eindpunten.

Tweede analyse

In deze tweede analyse is het effect van canagliflozine bepaald bij patiënten met chronisch nierfalen (CKD), onder wie patiënten met een eGFR van 30-45 ml/min/1.73 m2. Specifiek is gekeken naar 2039 (21%) patiënten met een eGFR < 60 ml/min/1.73 m2, van wie 71.6% al eerder cardiovasculaire ziekten hadden. Patiënten waren gemiddeld 68 jaar, hadden een bloeddruk van 138/76 mmHg, HbA1c 67 mmol/mol, eGFR 49 ml/min/1.73 m2 en een creatinineratio van 22 mg/g.

Studieresultaten

Het effect van canagliflozine op de primaire uitkomsten was gelijk in patiënten met CKD (HR 0.70, 95% CI 0.55-0.90) en deelnemers met behouden nierfunctie (HR 0.92, 95% CI 0.79-1.07, P heterogeniteit = 0.08). De effecten op de meeste CV- en renale uitkomsten kwamen overeen in de vier eGFR-subgroepen (eGFR; < 45, 45-< 60, 60-< 90 en ≥ 90 ml/min/1.73 m2). Een mogelijk verschil zit in de uitkomsten op fatale en niet-fatale beroertes (P heterogeniteit = 0.01) (zie figuur).
Het effect van canagliflozine op HbA1c en lichaamsgewicht was minder in patiënten met eGFR < 60 versus ≥ 60 ml/min/1.73 m2 (-0.43 vs. -0.64%, P-heterogeniteit <0.0001, en -1.16 vs. 1.43 kg, P-heterogeniteit = 0.0002). De effecten op de bloeddruk waren vergelijkbaar (-3.89 vs. -4.11 mmHg, P-heterogeniteit = 0.21).

Conclusie

Ondanks het kleinere glykemische effect in patiënten met verminderde nierfunctie lijken de cardioprotectieve voordelen van canagliflozine niet afhankelijk van de nierfunctie, zelfs niet bij eGFR levels van 30 ml/min/1.73 m2. Behandeling met canagliflozine lijkt hierdoor geschikt voor een bredere patiëntenpopulatie. Mogelijk is dit reden voor uitbreiding van het label.

 

figuur 5.1


Reacties (0)




(Advertentie)