Geplaatst op 14 november 2018 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Betere oxygenatie, maar geen betere uitkomsten door hogere streefwaarde

Betere oxygenatie, maar geen betere uitkomsten door hogere streefwaarde

Patiënten die gedurende de eerste 6-12 kritieke uren na een IC-opname vanwege een hartstilstand behandeld worden met een MAP-streefwaarde van 65 mmHg, zoals aanbevolen in de richtlijnen, ontwikkelen een grote daling van de cerebrale oxygenatie, wat extra hersenschade kan veroorzaken. Een MAP-streefwaarde van 85-100 mmHg blijkt weliswaar te resulteren in een betere cerebrale oxygenatie, maar niet tot betere uitkomsten, zo is gevonden in de Neuroprotect-studie.

Bij een hemodynamische optimalisatiestrategie met een vroegtijdig doelgericht beleid, de zogenaamde early goal directed hemodynamic optimization strategy (EGDHO), wordt een MAP-streefwaarde van 85-100 mmHg en een SVO2-streefwaarde van 65-75% gehanteerd.
In de multicenter, gerandomiseerde, open-label, beoordelaar-geblindeerde Neuroprotect-studie is geïnventariseerd of deze strategie in vergelijking met een MAP-streefwaarde van 65 mmHg (MAP65mmHg-strategie):

  • veilig is; 
  • de cerebrale oxygenatie kan verbeteren;
  • anoxische hersenschade kan verminderen; en 
  • de functionele uitkomsten kan verbeteren.

Hogere streefwaarde

Totaal 112 patiënten bij wie buiten het ziekenhuis een hartstilstand optrad, kregen willekeurig een EGDHO- of MAP65mmHg-strategie gedurende de eerste 36 uur van de IC-opname. In EGDHO-groep waren de cerebrale oxygenatie gedurende de eerste 12 uur van de IC-opname (p < 0,001) en de cerebrale perfusie (p = 0,04) significant hoger dan in de controlegroep. Het primaire eindpunt, de mate van anoxische hersenschade, die werd gekwantificeerd op een DW-MRI-scan op dag 4-5 na de hartstilstand, verschilde niet tussen beide groepen (percentage voxels 16% vs. 12%, ratio 1,37; p = 0,09).

Vergelijkbare neurologische uitkomsten

Net als het primaire eindpunt was ook het secundaire eindpunt, de aanwezigheid van een gunstige neurologische uitkomst (CPC-score 1-2) op dag 180 na ontslag, vergelijkbaar tussen beide groepen (40 vs. 38%, odds ratio 0,98; p = 0,96). Er waren wel enkele verschillen. Zo hadden de patiënten in de EGDHO-groep significant minder vaak een tracheostomie nodig (4 vs. 18%; OR 0,18; p = 0,02) en bij hen bestond een niet-significante tendens voor een eerder herstel (CPC-score 1-2 bij ontslag bij 43% vs. 27%; OR 1,91; p = 0,15). Verder traden minder ernstige bijwerkingen op in de EGDHO-groep (13 vs. 33%; OR 0,32; p = 0,02).

Conclusies

Het streven naar een hogere MAP bij patiënten na een hartstilstand is veilig en resulteert in een verbeterde cerebrale perfusie en oxygenatie. Het leidt echter niet tot minder anoxische hersenschade op de DW-MRI-scan of betere functionele uitkomsten. Presentator Koen Ameloot (Leuven, België) en discussiant Galen Henderson (Boston, VS) vinden dat verder onderzoek nodig is.

Bron
Ameloot K. Early goal-directed hemodynamic optimization in comatose survivors after out-of-hospital cardiac arrest: The Neuroprotect Trial. AHA 2018, abstract 18620.

Reacties (0)




(Advertentie)