Geplaatst op 18 maart 2019 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Interessante mogelijkheden van pembrolizumab bij NMBIC

Interessante mogelijkheden van pembrolizumab bij NMBIC

Pembrolizumab monotherapie liet bemoedigende resultaten zien zowel wat betreft de antitumoractiviteit als een overtuigende duur van de respons bij een subselectie van patiënten met niet-invasief blaascarcinoom (NMBIC). Het veiligheidsprofiel van pembrolizumab was vergelijkbaar met hetgeen in eerder onderzoek al was gezien.

Voor patiënten met niet-spierinvasief blaascarcinoom (NMBIC) die geen respons vertonen op BCG is radicale cystectomie de aanbevolen behandeloptie. Deze ingreep is echter geassocieerd met een significante morbiditeit en mortaliteit en heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven van de patiënt. Gezien de upregulatie van het programmed death (PD)-1 pathway in dit type patiënt, zou er mogelijk een gunstig effect van de inzet van PD-1/PD-ligand (L)1-remmers te verwachten zijn. In de fase 2 KEYNOTE-057-studie worden effectiviteit en veiligheid van de PD-1-remmer pembrolizumab als monotherapie geëvalueerd bij patiënten met hoog risico NMBIC die geen respons op BCG hebben. 

Opzet van de studie

In totaal werden 103 patiënten (mediane leeftijd 73) geïncludeerd. Zij kregen pembrolizumab 200 mg Q3W gedurende 24 maanden of totdat er een recidief , progressie of onacceptabele toxiciteit optrad; de patiënten met hoog risico NMIBC of progressieve ziekte tijdens de behandeling moesten de behandeling staken. De mediane follow-up was 14 maanden.  

Complete respons

Het percentage complete respons (CR) op drie maanden was 38,8%, en 25% van de patiënten met CR ervoer een recidief NMIBC na CR. Ten tijde van de analyse had niemand progressie naar spierinvasieve of gemetastaseerde ziekte. Van de veertig patiënten die op drie maanden CR bereikte, bereikte niemand de mediane CR-duur. In totaal had 80,2% een CR-duur van zes maanden of langer. 

Bijwerkingen

Bij 63,1% van de patiënten deed zich aan de behandeling gerelateerde bijwerkingen (TEAEs) voor. De meest voorkomende waren pruritus (10,7%), vermoeidheid (9,7%), diarree (8,7%), hypothyroïdie (5,8%) en maculopapulaire uitslag (5,8%). Graad 3/4 TEAEs werden gerapporteerd bij 12,6% van de patiënten. In totaal staakte 5,8% de behandeling als gevolg van TEAEs; immuungerelateerde bijwerkingen deden zich voor bij 18,4% van de patiënten.1 

1. Boormans JL, et al. Pembrolizumab for patients with high-risk non–muscle invasive bladder cancer unresponsive to bacillus Calmette-Guérin: The phase 2 KEYNOTE-057 study. Abstract 571. EAU 2019.

 


Reacties (0)




(Advertentie)