Geplaatst op 12 juni 2019 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Head to head: linagliptine en glimepiride

Head to head: linagliptine en glimepiride

Linagliptine en glimepiride hebben een vergelijkbaar effect op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit bij patiënten met diabetes type 2 (DM2). Toch zijn er kleine, maar klinisch-relevante verschillen tussen de middelen. Dat blijkt uit de CAROLINA-trial waarvan de uitkomsten maandag op de ADA zijn gepresenteerd.

Cardiovasculaire aandoeningen (CVD) zijn een groot risico voor mensen met diabetes type 2 (DM2) en de grootste doodsoorzaak. Sinds 2008 eist de FDA dan ook dat diabetesmedicatie voldoet aan cardiovasculaire veiligheid. Er zijn sindsdien veel uitkomstenstudies gedaan naar medicatie versus placebo. De CAROLINA-trial (CArdiovascular safety and Renal Microvascular outcomE with LINAgliptin in people with type 2 diabetes at high vascular risk) vergelijkt echter twee veelgebruikte medicijnen: de DPP 4-remmer linagliptine en het sulfonylureumderivaat glimepiride. Hoewel beide middelen op andere mechanismen aangrijpen, verlagen ze allebei de bloedglucosewaarde door de insulineproductie van het lichaam te stimuleren. 

Lange follow-up

In de internationale, dubbelblinde, gerandomiseerde CAROLINA-trial kregen de 6.033 deelnemers 5 mg linagliptine of 4 mg glimepiride om te bepalen welk middel beter geschikt was als aanvullende therapie bij metformine of andere diabetesmedicatie. Alle patiënten hadden een risico op CVD of reeds bestaande CVD’s. De studie liep van 2010 tot 2018 en maar liefst 600 centra uit 43 landen namen eraan deel. De resultaten weerspiegelen het beeld na 6,3 jaar follow-up, de langste follow-up ooit voor een trial naar cardiovasculaire uitkomsten bij DM2. De onderzoekers analyseerden na afloop of er bewijs was voor superioriteit op het gebied van het optreden van een cardiovasculaire event. 

Hogere risico’s

Er bleken geen significante verschillen tussen linagliptine en glimepiride en het effect op CVD, maar de glimepiride-groep had wel een significant hoger risico op hypoglykemie en een bescheiden gewichtstoename. Om precies te zijn: de hazard ratio en het 95%-BI voor de primaire uitkomst – cardiovasculair overlijden, niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte – was 0,98 (0,84-1,14) tussen de 3.023 deelnemers die linagliptine kregen en de 3.010 die glimepiride kregen, terwijl de corresponderende HR (95%-BI) voor mortaliteit (CV en niet-CV) 1,00 (0,81-1,24) resp. 0,82 (0,66-1,03) was. 

Kleine verschillen

De onderzoekers hadden verwacht dat er meer verschillen zouden zijn in cardiovasculaire uitkomsten, omdat lang is gedacht dat sulfonylureumderivaten het risico op cardiovasculaire mortaliteit verhogen, maar kunnen nu bevestigen dat die er niet zijn. Door de kleine, maar significante verschillen in gewichtstoename en het optreden van hypoglykemieën is het wel klinisch-relevant om na te gaan of linagliptine de voorkeur verdient, ook met het oog op de kosten.

Bron:
Rosenstock J, Espeland M, Kahn SE, et al. The CAROLINA-trial - First results of the cardiovascular outcomes trial comparing linagliptin vs. glimepiride. ADA 2019.

Reacties (0)




(Advertentie)