Geplaatst op 3 september 2019 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

SGLT2-remming verbetert de uitkomsten van hartfalen, ook bij patiënten zonder diabetes

SGLT2-remming verbetert de uitkomsten van hartfalen, ook bij patiënten zonder diabetes

In de DAPA-HF-trial, die is uitgevoerd in twintig landen, waaronder Nederland, bleek de SGLT2-remmer dapagliflozine, toegevoegd aan de standaardbehandeling, bij patiënten met symptomatisch hartfalen en een verminderde ejectiefractie (HFrEF, ejectiefractie van < 40%) te resulteren in een afgenomen risico op verslechtering van het hartfalen, een lagere cardiovasculaire mortaliteit en een verbetering van de symptomen.

Natrium-glucose co-transporter 2 (SGLT2)-remmers voorkomen de ontwikkeling van hartfalen bij patiënten met diabetes type 2 (T2DM). De vraag is of deze medicijnen bruikbaar zijn voor de behandeling van patiënten met manifest hartfalen, ook voor degenen zonder T2DM.

Minder opnames en overlijden

Het primaire eindpunt van de DAPA-HF-trial was een samenstelling van het optreden van een verslechtering van hartfalen, gedefinieerd als een niet-geplande opname of bezoek aan de spoedeisende hulp vanwege hartfalen waarbij een intraveneuze behandeling nodig was, en cardiovasculaire mortaliteit. Dit eindpunt trad significant vaker op in de placebo- dan in de dapagliflozine-groep (hazard ratio 0,74; p = 0,00001; number needed to treat = 21).

De onderdelen van het primaire eindpunt waren eveneens in het voordeel van dapagliflozine:

  • verslechtering van hartfalen: HR 0,70 (p = 0,00003) en
  • cardiovasculaire mortaliteit: HR 0,82 (p=0,029).

Dit gold ook voor de secundaire eindpunten, waaronder:

  • cardiovasculaire mortaliteit of opnames vanwege hartfalen: HR 0,75 (p = 0,00002);
  • optelling van opnames vanwege hartfalen, inclusief eerste en herhaalde opnames, en cardiovasculaire mortaliteit: rate ratio 0,75 (p = 0,0002);
  • verandering vanaf baseline tot acht maanden in de totale symptoomscore, gemeten met de Kansas City Cardiomyopathy Questionnaire (KCCQ): verschil van 2,8 punten (p < 0,001) en
  • nierfunctie-achteruitgang, een samenstelling van ≥ 50% afname van de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR), eindstadium nierziekte of overlijden door renale oorzaken: HR 0,71 (p = 0,17).

Resultaten zijn ‘substantieel en klinisch relevant’

De relatieve en absolute risicoreducties op overlijden en ziekenhuisopnames zijn volgens John McMurray, die deze studie presenteerde, substantieel, klinisch relevant en consistent in de belangrijke subgroepen, waaronder patiënten zonder T2DM. Bovendien werd dapagliflozine goed verdragen en zelden gestopt. Daarom biedt dit medicijn naar zijn mening een nieuwe aanpak voor de behandeling van HFrEF.

Literatuur
McMurray J. DAPA HF. The dapagliflozin and prevention of adverse-outcomes in heart failure trial. ESC 2019 meeting, Hot Line Session 1, Sun 1 Sep, 14:30 - 16:10.

Reacties (0)




(Advertentie)