Geplaatst op 20 september 2019 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Nieuwe inzichten in progressie nierziekten bij type 1 diabetes

Nieuwe inzichten in progressie nierziekten bij type 1 diabetes

De nieren stonden volop in de belangstelling tijdens de EASD Scientific Sessions in Barcelona. Diabetische nefropathie (DN) komt voor bij 20–40% van alle mensen met diabetes.1 Omdat type 1 zich al op jonge leeftijd manifesteert en daardoor al eerder risico geeft op nierschade, is onderzocht of de progressie van DN voorspeld kan worden aan de hand van metabolieten in de urine.

Chronische nierziekte, gekarakteriseerd door albuminurie en verminderde nierfunctie, is een serieuze diabetescomplicatie. Tot nu toe is er nog altijd geen medicatie om nierschade te behandelen. Als onderdeel van de nationale FinnDiane Study is bij 2.531 patiënten met diabetes type 1 met behulp van nuclear magnetic resonance (NMR) gezocht naar nieuwe biomarkers in de urine die de progressie van DN voorspellen. Het uiteindelijke doel is mogelijkheden te vinden om de ziekte te vertragen.2

De mate van DN is vastgesteld op basis van twee van de in totaal drie albumin excretion rate (AER) metingen die aantoonden of er sprake was van normoalbuminurie (AER <3 0 mg/24h), microalbuminurie (AER > 30 mg/24h en AER < 300 mg/24h), macroalbuminurie (AER ≥ 300 mg/24 h) of eindfase nierfalen (ESRD) bij mensen die dialyse kregen of een niertransplantatie hadden ondergaan. Er is gekeken naar de zogeheten ‘progressors’ van DN die een lager AER veranderden in een hogere AER of zelfs ESRD. Patiënten met een stabiele of verbeterende DN-status zijn gedefinieerd als ‘non-progressors’.

De deelnemers hadden op baseline 18 metabolieten in de urine. Deze zijn gecategoriseerd naar urinecreatinine en vervolgens naar de gemiddelde tijd tot progressie (SD-units). Met behulp van verschillende Cox-analyses voor elk van de metabolieten is gedurende 9 jaar (± 5,1 jaar) de progressie van DN bepaald tot de ernstigste DN-status (334 keer) of de laatst bekende status van de non-progressors.

Nieuwe en krachtige biomarkers

Uiteindelijk bleek dat 5 van de 18 metabolieten in de urine duidelijk in verband staan met het risico op progressie van DN. Bij patiënten met een verhoogde concentratie valine in hun urine (HR 1,23; [95%-BI: 1,12–1,35] per 1-SD metabolietconcentratie; p = 2,51×10-5) en pseudo-uridine (HR 1,29; 95%-BI: 1,15–1,46; p = 3,46×10-5 ) was de progressie van DN sterker. Zij hadden juist lagere niveaus van glycine (HR 0,51; 95%-BI: 0,38–0,68; p = 6,27×10-6 ), 3-hydroxyisobutyrate (HR 0,41; 95%-BI: 0,27–0,63; p = 3,87×10-5 ), 3-hydroxyisovalerate (HR 0,34; 95%-BI: 0,22–0,54; p = 4,06×10-6 ) en ureum (HR 0,44; 95%-BI: 0,28–0,69; p = 3,76×10-4) vergeleken met de non-progressors.

Ook bij patiënten met verhoogde niveaus van alanine (HR 1,49; 95%-BI: 1,26–1,77; p = 2,84×10-6 ), valine (HR 1,34; 95%-BI: 1,22–1,48; p = 4,41×10-9 ), 2-hydroxyisobutyrate (HR 1,48; 95%-BI: 1,30–1,67; p = 1,14 ×10-9 ), cis-aconitate (HR 1,17; 95%-BI: 1,06–1,28; p = 9,84×10-4) en pseudo-uridine (HR 1,45; 95%-BI: 1,24–1,69; p = 4,34x10-6) trad sterkere progressie van DN op, ongeacht geslacht, diabetesduur, leeftijd, DN-status, BMI en eGFR.

Waardevolle applicatie

Dit onderzoek levert geen oplossing voor de behandeling van nierziekten. Wel blijkt de nieuwe applicatie ‘NMR metabolomics’ een waardevolle bijdrage te leveren aan het tijdig herkennen van nieuwe en krachtige biomarkers voor de progressie van DN. Belangrijk nieuws is dat deze biomarkers de progressie voorspellen, ongeacht de DN status bij baseline en het eGFR.

Oral presentation at the 55th Annual Meeting of the European Association for the Study of Diabetes (EASD). Tuesday 18 September 2019, Servet Hall, Barcelona.

Literatuur
1 Gheith O, et al. Diabetic kidney disease: world wide difference of prevalence and risk factors. J Nephropharmacol. 2016; 5(1):49–56.
•2 Mutter S. FinnDiane Study Group. Urinary metabolites detected by nuclear magnetic resonance (NMR) predict progression of diabetic nephropathy in type 1 diabetes.

 

 


Reacties (0)




(Advertentie)