Geplaatst op 20 september 2019 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Minder hypoglykemieën met linagliptine dan met glimepiride

Minder hypoglykemieën met linagliptine dan met glimepiride

Linagliptine en glimepiride hebben een vergelijkbaar effect op cardiovasculaire uitkomsten bij patiënten met diabetes type 2 met een hoog cardiovasculair risico. Wel treedt met glimepiride significant vaker een hypoglykemie op. Ook komen patiënten iets meer aan, blijkt uit de CAROLINA-studie.1

CAROLINA is een internationale studie met 6.033 deelnemers uit 43 landen en meer dan 600 centra. Het is de enige cardiovasculaire veiligheidsstudie tot nu toe waarin twee algemeen gebruikte diabetesmiddelen worden vergeleken in een dubbelblinde studie, namelijk DPP4-remmer linagliptine en SU-derivaat glimepiride. Beide middelen stimuleren de insulineafgifte, maar hebben verschillende werkingsmechanismen.

Sinds de publicatie van de University Group Diabetes Program (UGDP) trial in de jaren 60 bestaat er discussie over veiligheid van SU-derivaten. Zij zouden het risico op cardiovasculaire (CV) mortaliteit verhogen. Uit de CAROLINA-studie blijkt dat zowel linagliptine als glimepiride cardiovasculair veilig is.

De patiënten in deze studie hadden een gemiddelde diabetesduur van 6,3 jaar. Er waren 2.414 vrouwen (39,9%) en het gemiddelde HbA1c was 55 mmol/mol. 42% van de deelnemers had een macrovasculaire aandoening. Zij kregen of eenmaal daags 5 mg linagliptine of tot 4 mg glimepiride als aanvulling op hun dagelijkse diabetesmedicatie.

Na 6,3 jaar follow-up bleek er geen significant verschil tussen linagliptine en glimepiride in het aantal cardiovasculaire events. De primaire uitkomst (3point MACE: CV-mortaliteit, niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte) werd behaald door 356 van de 3.023 patiënten (11,8%) met linagliptine en door 362 van de 3.010 patiënten (12,0%) met glimepiride (HR 0,98; 95-%-BI: 0,84–1,14; p < 0,001 voor non-inferioriteit). Voor CV-mortaliteit en niet-CV-mortaliteit was de HR 1,00 (95-%-BI: 0,81–1,24) versus 0,82 (95-%-BI: 0,66–1,03). Er was geen verschil in HbA1c. Met glimepiride kwamen patiënten gemiddeld meer aan. Het gemiddelde verschil in gewichtsreductie was 1,5 kg (95%-BI: –1,8 – –1,3) in het voordeel van linagliptine.

Hypoglykemieën

Bijwerkingen traden op bij 2.822 (93,4%) patiënten met linagliptine en 2.856 (94,9%) met glimepiride. Met name het verschil in aantal hypoglykemieën was groot. In de linagliptine-groep hadden 320 patiënten (10,6%) minimaal één hypoglykemie en in de glimepiride-groep was dat het geval bij 1.132 patiënten (37,7%) (HR 0,23; 95%-BI: 0,21–0,26). Een ernstige hypoglykemie trad op bij 0,3% versus 2,2% van de patiënten met respectievelijk linagliptine en glimepiride met een hazard ratio van 0,15 (95%-BI: 0,08–0,29) en een NNT van 45. Dr. Bernard Zinman ging tijdens de presentatie met name in op de hypoglykemieën. “Ernstige hypoglykemieën kwamen voor bij 65 patiënten die glimepiride gebruikten en 10 patiënten die linagliptine gebruikten. Voor ziekenhuisopname vanwege ernstige hypoglykemieën waren de aantallen respectievelijk 27 en 2. Beide middelen zijn cardiovasculair veilig, maar met linagliptine is het risico op hypoglykemieën aanzienlijk lager.”

 effect-hypoglycemia-v2

 

hypoglycemia-fv2

 

SMBG = self monitoring blood glucose

 

De resultaten van de CAROLINA-studie zijn gelijktijdig met de presentatie op de 55th Annual Meeting of the European Association for the Study of Diabetes in Barcelona gepubliceerd in de JAMA: https://jamanetwork.com/journals/jama/fullarticle/2751398

 

Referentie
1 Julio Rosenstock, et al. Effect of linagliptin vs glimepiride on major adverse cardiovascular outcomes in patients with type 2 diabetes. The CAROLINA Randomized Clinical Trial. JAMA. 19 sept 2019. Epub ahead of print.

Reacties (0)




(Advertentie)