Geplaatst op 20 september 2019 door: Mednet Redactie | 0 reacties |

Wordt continue glucosemonitoring ‘standard of care’?

Wordt continue glucosemonitoring ‘standard of care’?

De discussie of continue glucosemonitoring (CGM) ‘standard of care’ moet worden, zal voorlopig nog voortduren, terwijl intussen de voordelen van CGM steeds duidelijker worden. Tijdens de EASD Scientific Sessions in Barcelona zijn onder meer de resultaten besproken van studies met CGM en FGM naar het effect op hypoglykemieën, HbA1c en patiënttevredenheid.

In Zweden gebruikt al 70% van de patiënten met diabetes type 1 CGM of flash glucosemonitoring (FGM). FGM is het meest gebruikte systeem.1 Niet alleen het HbA1c verbetert met FGM, ook brengen patiënten minder tijd door in een hypoglykemie en is de patiënttevredenheid groter, blijkt uit een multicenter real-world onderzoek.2 In dit 12 maanden durende onderzoek is nagegaan wat het effect is van FGM op de kwaliteit van leven (QOL) en de glykemische controle bij 1.913 patiënten met diabetes type 1 uit drie grote klinieken. Patiënten waren gemiddeld 46 jaar (± 15 jaar), hadden een diabetesduur van 23 jaar (± 14 jaar), 22% gebruikte een insulinepomp en 16% had geheel of gedeeltelijk hypo-unawareness.

Bij de start en na 6 en 12 maanden vulden alle deelnemers een vragenlijst in over diabetesgerelateerde problemen. Primair eindpunt was verbetering in de QOL na 12 maanden. Secundair eindpunt was verandering in HbA1c, ziekenhuisopname vanwege ketoacidose, ernstige hypoglykemieën en werkverzuim. Ook is nagegaan hoeveel tijd patiënten doorbrachten in de glykemische ranges van < 3,9 mmol/l, 3,9–0,0 mmol/l en >10 mmol/l. Van de deelnemers gebruikten 1.686 (88%) deelnemers FGM langer dan 12 maanden. 150 (8%) mensen waren gestopt met FGM, voornamelijk omdat ze de waarden niet vertrouwden, de sensor regelmatig verloren of last hadden van huidirritaties.

 

Resultaten na 12 maanden:

  • De tevredenheid verbeterde van 27,9 ± 5,2 tot 30,0 ± 4,3 (p < 0,001). 95% van de patiënten vond GGM meer gebruiksvriendelijk dan vingerprikken en was meer tevreden (8,4 (± 1,5) op de schaal van 10).
  • Bij patiënten met een baseline HbA1c ≥ 64 mmol/mol daalde de HbA1c van 73 mmol/mol (± 4) tot 69 mmol/mol (± 4) (n = 683; p < 0,001).
  • Bij patiënten met een baseline HbA1c ≥ 86 mmol/mol daalde deze van 96 mmol/mol (± 4 mmol/mol) naar 87 mmol/mol (± 7) (n = 71; p < 0,001).
  • Een jaar voor de start met FGM was 1,9% opgenomen vanwege een ketoacidose. Een jaar na de start was dit percentage 0,8% (p < 0,01).
  • Minder patiënten kregen een ernstige hypoglykemie (18% vs. 10%; p < 0,001) en moesten hun werk verzuimen (7% vs. 4%; p < 0,01).
  • Tijdens het eerste jaar met FGM verminderde de tijd die mensen doorbrachten in een hypoglykemie (< 3,9 mmol/l) van 8,9% (± 6,6%) in de eerste twee weken tot 7,8% (± 5,8%) na 12 maanden, (p < 0,001). Het meeste voordeel hadden patiënten met een baseline-HbA1c < 53 mmol/mol (11,6 ± 7,8% vs. 9,5 ± 6,5% na 12 maanden; n = 326; p < 0,001). Minder hypoglykemieën brachten wel met zich mee dat de TIR kleiner was (51,5 ± 13,8% vs. 50,6 ± 14,8%; p < 0,001) en dat er meer tijd boven de 10 mmol/l werd doorgebracht (39,6 ± 15,8% vs. 41,7 ± 16,9%; p < 0,001).

 

Al met al kan gesteld worden dat de resultaten met FGM positief zijn wat betreft patiënttevredenheid, minder ziekenhuisopnamen vanwege acute diabetescomplicaties, minder ernstige hypoglykemieën en minder werkverzuim.

 

OP 38 Oral presentation ‘Continuous measurement of glucose: standard of care?’ at the annual meeting of the European Association for the Study of Diabetes (EASD) Joslin Hall Barcelona, 19 sept 2019.

 

Referenties
1 Nathanson D. Effect of flash glucose monitoring on glycaemic control in adults with type 1 diabetes: a nationwide, longitudinal observational study.
2 Charleer S. High treatment satisfaction and less time in hypoglycaemia after introduction of flash glucose monitoring in a large type 1 diabetes population.

Reacties (0)




(Advertentie)