Gentherapie met etranacogene dezaparvovec verlaagt het aantal bloedingen langdurig bij mannen met ernstige of matig ernstige hemofilie B. Dat blijkt uit de finale analyse van de internationale HOPE-B-studie, waaraan ook het Erasmus MC meewerkte.1
Etranacogene dezaparvovec is de eerste en enige goedgekeurde gentherapie voor hemofilie B, geschikt voor patiënten met en zonder vooraf bestaande neutraliserende antilichamen tegen het adenogeassocieerde virus type 5 (AAV5).
In deze fase III-studie kregen 54 volwassen mannen met ernstige of matig ernstige hemofilie B (FIX ≤ 2 IU/dl) etranacogene dezaparvovec toegediend na een lead-in-periode van ten minste 6 maanden op hun gebruikelijke factor-IX (FIX) profylaxe. Het onderzoek richtte zich op FIX-behandelde bloedingen, FIX-gebruik en veiligheid tot 5 jaar na behandeling.
De behandeling resulteerde in een blijvend hoge endogene FIX-activiteit: gemiddeld 39,0 IU/dl na 6 maanden en 36,1 IU/dl na 5 jaar. De gemiddelde jaarlijkse bloedingsfrequentie (ABR) voor alle met FIX-behandelde bloedingen daalde van 3,61 tijdens de lead-in-periode naar 1,25 gedurende de hele postbehandelingsperiode (p = 0,019). Voor elk van de 5 jaar na behandeling bleef de ABR onder 1, terwijl de ABR voor spontane, traumatische en gewrichtsbloedingen onder 0,5 bleef.
Ook het gebruik van FIX daalde met 96%, en 94% van de deelnemers hoefde geen profylaxe meer te gebruiken. Tijdens de 5-jarige follow-up werden geen tekenen van levertoxiciteit op de lange termijn of AAV-gerelateerde tumorvormingen waargenomen.
De onderzoekers concluderen dat etranacogene dezaparvovec zorgt voor een duurzame
vermindering van het aantal bloedingen, met een gunstig veiligheidsprofiel. Om de veiligheid en effectiviteit op de langere termijn verder te evalueren, worden de deelnemers van HOPE-B bovendien tot 15 jaar na behandeling gevolgd in de IX-TEND 3003-studie.
Bron: