Een Chinees onderzoek bij patiënten met EGFR-positief NSCLC en hersenmetastasen laat zien dat de nieuwe EGFR-TKI asandeutertinib tot een hogere intracraniële respons leidt dan osimertinib. Dat blijkt uit de fase II-studie ESAONA.1
Asandeutertinib is een nieuwe derde generatie EGFR-TKI waarvan de structuur vergelijkbaar is met die van osimertinib. Het middel verschilt echter van osimertinib doordat op enkele plaatsen waterstofatomen zijn vervangen door deuterium, een stabiele isotoop van waterstof. De gedachte hierachter is dat dit de vorming van toxische metabolieten van osimertinib vermindert. Een fase I-studie met asandeutertinib liet al een goede werkzaamheid en een hanteerbaar veiligheidsprofiel zien.
In de fase II-studie ESAONA werd het middel vergeleken met osimertinib bij EGFR-TKI-naïeve patiënten met EGFR-positief NSCLC en meetbare hersenmetastasen. In totaal werden 224 patiënten gerandomiseerd. Het primaire eindpunt van het onderzoek was de intracraniële objectieve responsratio (iORR).
De iORR was in de asandeutertinib-groep significant hoger dan in de osimertinib-groep: 95,5% versus 79,6%. Complete responsen traden op bij respectievelijk 13,5% en 11,5% van de patiënten. De mediane intracraniële progressievrije overleving was in de asandeutertinib-groep nog niet bereikt en bedroeg in de osimertinib-groep 17,5 maanden (HR 0,46). Ook ging behandeling met asandeutertinib gepaard met een langere mediane duur van de intracraniële respons: nog niet bereikt versus 16,3 maanden (HR 0,50).
Wel ging asandeutertinib gepaard met meer graad ≥ 3-bijwerkingen dan osimertinib (49,5% versus 21,2%). De onderzoekers benadrukten echter dat de meeste van deze bijwerkingen hanteerbaar waren met dosisinterrupties of dosisreducties en dat slechts 3,6% van de patiënten in de asandeutertinib-groep de behandeling vanwege bijwerkingen staakte.
De resultaten suggereren dat asandeutertinib mogelijk effectiever is dan osimertinib bij patiënten met EGFR-positief NSCLC en hersenmetastasen, concluderen de onderzoekers.
Bron: