De multiselectieve RAS(ON)-remmer daraxonrasib kan de progressievrije overleving en de totale overleving verbeteren bij patiënten met eerder behandeld gemetastaseerd ductaal pancreasadenocarcinoom (mPDAC), ongeacht of de tumor een RAS-mutatie vertoont. De RASolute 302-studie is een van de eerste onderzoeken dat laat zien dat RAS-gerichte behandeling effectief kan zijn bij pancreascarcinoom.1
Ductaal adenocarcinoom is de meest voorkomende vorm van alvleesklierkanker. Bij meer dan 90% van deze tumoren is sprake van een activerende RAS-mutatie. Onderzoekers van de fase III RASolute 302-studie onderzochten de nieuwe multiselectieve RAS(ON)-remmer daraxonrasib. Dit middel remt de tumorgroei zowel bij RAS-gemuteerde pancreascarcinomen als bij tumoren zonder RAS-mutatie, omdat de RAS-signaalroute ook daar een belangrijke rol speelt bij tumorgroei.
Voor de RASolute 302-studie werden 500 patiënten met eerder behandeld mPDAC gerandomiseerd naar daraxonrasib of standaardtweedelijnschemotherapie. Het merendeel van de patiënten had een RAS G12-mutatie. De primaire eindpunten waren totale overleving (OS) en progressievrije overleving (PFS) in de subgroep met een RAS G12-mutatie, de meest voorkomende RAS-afwijking bij PDAC.
In deze subgroep bedroeg de mediane OS 13,2 maanden in de daraxonrasib-groep versus 6,6 maanden in de chemotherapiegroep (HR 0,40). Na één jaar was respectievelijk 53,3% versus 18,7% van de patiënten nog in leven. In de totale onderzoekspopulatie was het voordeel vergelijkbaar, met een mediane OS van 13,2 versus 6,7 maanden (HR 0,40). De eenjaarsoverleving bedroeg hier 53,2% versus 17,3%. Ook de progressievrije overleving was beter in de daraxonrasib-groep. In de subgroep met een RAS G12-mutatie bedroeg de mediane PFS 7,3 maanden versus 3,5 maanden. Daarnaast werd een hogere objectieve respons gezien (33,2% versus 11,8%).
Daarnaast ging daraxonrasib gepaard met minder ernstige bijwerkingen dan chemotherapie. Graad ≥ 3-bijwerkingen traden op bij 43,6% van de patiënten die daraxonrasib kregen, tegenover 57,5% van de patiënten in de chemotherapiegroep. Verder stopten aanzienlijk minder patiënten vanwege bijwerkingen met de behandeling (1,2% versus 11,2%).
De onderzoekers stellen dat daraxonrasib een potentiële nieuwe standaardbehandeling vormt voor patiënten met eerder behandeld mPDAC. Inmiddels wordt het middel ook onderzocht als eerstelijnsbehandeling voor pancreascarcinoom en bij andere RAS-gedreven tumoren.
Bron: