Bij patiënten met stadium I-kiemceltumoren van de testis kan het bepalen van het micro-RNA miR-371 na een orchidectomie de subgroep met een hoog risico op een recidief identificeren. De nieuwe biomarker voorspelt dit risico beter dan bestaande klinische en pathologische factoren, aldus onderzoekers van de CLIMATE-studie.1
Bij patiënten met stadium I-testiscarcinoom is actieve controle na een orchidectomie de voorkeursstrategie. Patiënten met een hoog risico op recidief komen in aanmerking voor adjuvante behandeling, maar goede biomarkers voor het identificeren van deze subgroep ontbraken tot nu toe. In de in Australië en Nieuw-Zeeland uitgevoerde CLIMATE-studie werd de voorspellende waarde onderzocht van de potentiële biomarker miR-371, een micro-RNA dat aantoonbaar is in het bloed van patiënten met testiscarcinoom. De onderzoekers gingen na of de post-orchidectomiewaarde hiervan gerelateerd was aan minimale restziekte en het optreden van een recidief tijdens actieve controle.
Het onderzoek includeerde 200 patiënten met stadium I-testiscarcinoom. Vanaf de aanvang van het onderzoek werd miR-371 om de 3 maanden bepaald (tot 24 maanden) in zowel serum als plasma. Bij een recidief binnen 36 maanden werd de waarde opnieuw bepaald.
Na een mediane follow-up van 18,9 maanden trad bij 40 patiënten (20%) een recidief op. miR-371 werd bij aanvang gedetecteerd in 42 (21%) plasma- en 34 (17%) serummonsters. Plasmatests presteerden beter dan serumtests (AUC 0,77 vs. 0,69) en werden daarom voor de meerderheid van de analyses gebruikt.
De positief voorspellende waarde van miR-371-bepaling bij aanvang voor het optreden van een recidief bedroeg 62%; de negatief voorspellende waarde was 91%. Detecteerbare miR-371 bij aanvang was geassocieerd met een significant slechtere recidiefvrije overleving (RFS) vergeleken met niet-detecteerbare miR-371 (HR 10,3; 24-maands RFS 32% vs. 89%). In de bij aanvang miR-371-positieve groep trad slechts bij 10% geen recidief op tijdens de follow-up.
De onderzoekers zien onder meer een rol voor miR-371 bij de selectie van patiënten voor adjuvante behandeling.
Bron: