Bij patiënten met spierinvasief blaascarcinoom (MIBC) leidt enfortumab vedotin (EV) en pembrolizumab (pembro) voor en na radicale cystectomie tot aanzienlijk betere resultaten dan neoadjuvant gemcitabine en cisplatine. De KEYNOTE-B15-studie is het eerste onderzoek in deze setting waarin een niet-platinagebaseerde behandeling beter presteert dan een op platina gebaseerde behandeling.1
Neoadjuvante cisplatine-gebaseerde chemotherapie is al jarenlang een standaardbehandeling voor MIBC. Voor gemetastaseerde patiënten en patiënten die niet in aanmerking komen voor cisplatine-gebaseerde chemotherapie is perioperatief EV plus pembro inmiddels een nieuwe standaardbehandeling. De onderzoekers van de KEYNOTE-B15 vergeleken deze behandeling bij cisplatine-eligible patiënten met de huidige standaard van neoadjuvant cisplatine plus gemcitabine.
In totaal werden 808 patiënten met MIBC (cT2–T4aN0M0 of cT1–T4aN1M0) gerandomiseerd naar perioperatief EV plus pembro en een radicale cystectomie, of naar neoadjuvant gemcitabine plus cisplatine gevolgd door een radicale cystectomie. De primaire uitkomstmaat was de event-free survival (EFS).
Na een mediane follow-up van 33,6 maanden verbeterde EV plus pembro significant de EFS (24-maands EFS 79,4% vs. 66,2%; HR 0,53) en de totale overleving (OS; 24-maands OS 86,9% vs. 81,3%; HR 0,65) ten opzichte van cisplatine plus gemcitabine. Ook waren er meer pathologisch complete responsen in de EV plus pembro-groep (55,8% vs. 32,5%).
Wel ging EV plus pembro gepaard met meer graad ≥ 3-behandelingsgerelateerde bijwerkingen (75,7% vs. 67,2%). Bij EV plus pembro ging het met name om pruritus, diarree, alopecia en huiduitslag. Bij cisplatine plus gemcitabine traden vooral anemie, misselijkheid, constipatie en neutropenie op. Ook traden bij EV plus pembro geregeld ernstige huidreacties op.
De onderzoekers concluderen dat deze resultaten, in combinatie met die van de EV-303-studie, perioperatief EV plus pembro ondersteunen als nieuwe behandeloptie bij zowel cisplatine-eligible als cisplatine-ineligible MIBC-patiënten.
Bron: