Het bepalen van de aanwezigheid van tumor-DNA in de urine (ut-DNA) kan klinisch relevante informatie opleveren bij patiënten met blaascarcinoom die in aanmerking komen voor radicale cystectomie. Dat blijkt uit een analyse van data verzameld in het kader van het fase III-onderzoek NIAGARA, waarin naast circulerend tumor-DNA (ctDNA) in plasma ook ut-DNA werd onderzocht.1
Eerder gepresenteerde resultaten van NIAGARA lieten zien dat bij cisplatine-eligible patiënten met spierinvasief blaascarcinoom (MIBC) toevoeging van perioperatief durvalumab aan neoadjuvante cisplatine/gemcitabine-chemotherapie en radicale cystectomie leidde tot een significante verbetering van de eventvrije (EFS) en totale overleving. Tijdens ASCO GU presenteerden de onderzoekers een aanvullende analyse naar de waarde van het bepalen van ut-DNA, naast ctDNA. Het tumor-DNA werd gemeten bij baseline en voorafgaand aan de cystectomie.
Bij 265 van de 1063 deelnemers werd tumor-DNA geanalyseerd. Bij aanvang was bij 85% ut-DNA aantoonbaar. Na de neoadjuvante behandeling daalde dit percentage naar 55%, met een sterkere afname in de met durvalumab behandelde groep. In de durvalumab- groep trad klaring van ut-DNA op bij 38,5% van de patiënten, tegenover 27,1% in de controlearm. In beide groepen was klaring van ut-DNA sterk geassocieerd met een langere EFS (HR 0,24).
Daarnaast bleek een negatieve ut-DNA-status voorafgaand aan de cystectomie geassocieerd met een hogere kans op een pathologisch complete respons (pCR). In de groep met een negatieve ut-DNA-status bereikte 72% een pCR, terwijl 82% van de patiënten met een positieve ut-DNA-status geen pCR had. Daarmee lijkt de ut-DNA-status sterker samen te hangen met de kans op een pCR dan de ctDNA-status, waarbij 51% van de ctDNA-negatieve patiënten een pCR bereikte.
Het combineren van ctDNA en ut-DNA lijkt aanvullende informatie te bieden. Een positieve ut-DNA-status correleerde met niet-invasieve residuele ziekte (< T2N0M0), terwijl een positieve ctDNA-status geassocieerd was met invasieve ziekte en lymfekliermetastasen, aldus de onderzoekers.
Bron: