Bijna de helft van de patiënten die worden verwezen voor bloedingsdiagnostiek krijgt uiteindelijk de diagnose bleeding disorder of unknown cause (BDUC). Vooral vrouwen blijken hier sterk oververtegenwoordigd, met name wanneer ze last hebben van hevig menstrueel bloedverlies of postpartumbloedingen. Dat blijkt uit gegevens van het Maastricht Bleeding Cohort.1
Sinds 2016 zijn in het Maastricht UMC+ 359 patiënten geïncludeerd in de ProBe-AHP-studie, een prospectief cohort van volwassenen met bloedingsklachten. Van hen kreeg 44,6% de diagnose BDUC, 35,4% een milde bloedingsstoornis (MBD) en 20,1% geen bloedingsstoornis. Vrouwen maakten 83% van de populatie uit en kregen significant vaker de diagnose BDUC dan mannen (OR 4,7; 95%-BI 2,3–9,3).
Patiënten met BDUC hadden de hoogste International Society on Thrombosis and Haemostasis – Bleeding Assessment Tool (ISTH-BAT)-scores, met een mediaan van 8, hoger dan patiënten met een MBD (mediaan 7) en duidelijk hoger dan patiënten zonder bloedingsstoornis.
Vooral genderspecifieke bloedingsklachten bleken sterk geassocieerd met BDUC: hevig menstrueel bloedverlies kwam vaker voor bij BDUC dan bij MBD (77,2% versus 50,0%; p < 0,001) en ook postpartumbloedingen werden vaker gerapporteerd (39,2% versus 26,0%; p = 0,049). Vrouwen met hevig menstrueel bloedverlies hadden meer dan 2 keer zo veel kans op een BDUC-diagnose dan patiënten met een MBD (OR 2,2; 95%-BI 1,2-4,2).
Ook spontane tandvleesbloedingen, langdurig bloeden van kleine wondjes en postoperatieve bloedingen waren voorspellend voor een diagnose BDUC. Daarentegen waren mannelijk geslacht, bloedingen na tandextracties en een positieve familieanamnese juist voorspellend voor een diagnose MBD, zoals trombocytenfunctiestoornissen, de ziekte van Von Willebrand of milde stollingsfactordeficiënties.
De resultaten laten zien dat BDUC geen ‘milde’ of klinisch irrelevante diagnose is, maar vaak gepaard gaat met een uitgesproken bloedingsfenotype. De duidelijke gender- en symptoomspecifieke patronen suggereren dat huidige diagnostische algoritmen mogelijk onvoldoende aansluiten bij vrouwelijke patiënten met bloedingsklachten.
Bron: