Bij patiënten met neovasculaire leeftijdsgebonden maculadegeneratie bestaat het classificatiesysteem voor maculaire neovascularisatie (MNV) uit drie typen: type 1 of de occulte vorm, type 2 of de klassieke vorm en type 3 of retinale angiomateuze proliferatie (RAP). Een internationaal onderzoeksteam stelt voor om dit systeem uit te breiden met een 4e type en beschrijft de klinische en ‘imaging’–kenmerken ervan.
In een multicenter retrospectieve observationele studie bekeken de onderzoekers de klinische kenmerken en OCT-beelden en OCT-angiografiebeelden van 11 ogen met een mengvorm van type 1 en 2 MNV en een intraretinaal anastomotisch netwerk. Ze verzamelden gegevens over demografie, visus en verschillende OCT/OCTA-biomarkers.
Het ging om ogen van 11 patiënten, met een gemiddelde leeftijd van 76,9 jaar, en waarvan 36,4% vrouw. Tijdens een nulmeting was hun visus gemiddeld logMAR 1,56; 90,9% van de deelnemers had ernstig visusverlies. In alle ogen was de ‘hyperreflective oblique band sign’ aanwezig. Centraal posterieure hyaloïde fibrose (CPHF) was zichtbaar bij 81,8% van de ogen en een epiretinaal membraan bij 90,9%, met daarbij in 90% van de gevallen radiale tractie. OCT-angiografie toonde een mengvorm van type 1 en 2 MNV met een duidelijk zichtbaar intraretinaal anastomotisch netwerk dat zich uitstrekte tot in de preretinale ruimte. Bij geen van de 8 patiënten die waren behandeld met VEGF-remmers, had dit geleid tot een verbetering van de visus.
De onderzoekers stellen voor om deze vorm van MNV als 4e type toe te voegen aan het classificatiesysteem, wat mogelijk een impuls geeft aan de ontwikkeling van nieuwe behandelstrategieën voor een vorm met een slechte prognose en die slecht reageert op VEGF-remmers.
Bron: