Sinds de introductie van intravitreale injecties met VEGF-remmers zijn er zorgen gerezen over de veiligheid van het gebruik van deze middelen kort voor of na een beroerte of myocardinfarct. Uit farmacokinetische studies blijkt dat met name aflibercept en bevacizumab tot weken na een injectie leiden tot lagere niveaus van vrij VEGF in plasma. Dat heeft potentieel negatieve gevolgen na een cardiovasculair event (CE), bijvoorbeeld door verminderde angiogenese. De resultaten van een Amerikaans onderzoek geven echter geruststelling.
In een retrospectief cohortonderzoek selecteerden de onderzoekers gegevens van patiënten met een ziektegeschiedenis waarin een beroerte of myocardinfarct voorkwam, plus gebruik van een VEGF-remmer. Ze matchten patiënten die de medicijnen gebruikten in de periode tussen 14 dagen voor en 6 weken na het CE, de peri-CE-groep, met patiënten die geen oogbehandeling kregen tussen 3 maanden voor en na het CE, de controles. Verder vergeleken de onderzoekers patiënten in de peri-CE-groep die aflibercept, bevacizumab en ranibizumab gebruikten.
Patiënten in de peri-CE-groep met een beroerte hadden in vergelijking met controles een lagere mortaliteit na 3 maanden en 1 jaar. Ook hadden zij minder neurologische beperkingen na 3 maanden, maar niet na 1 jaar. De resultaten voor patiënten met een myocardinfarct waren vergelijkbaar, wat betreft mortaliteit en de mate van hartfalen. Verder verschilden de mortaliteit en morbiditeit niet tussen patiënten in de peri-CE-groep die aflibercept, bevacizumab en ranibizumab gebruikten. Deze studie geeft daarmee bewijs dat een beroerte of myocardinfarct geen aanleiding is om de behandeling met een VEGF-remmer te pauzeren of aan te passen.
Bron: