Onderzoekers concluderen in The BMJ dat doublet chemotherapie gecombineerd met anti-EGFR/BRAF de grootste overlevingswinst biedt bij gevorderd BRAF-gemuteerd colorectaal carcinoom in de eerstelijnssetting. In de tweede en latere lijn zijn anti-EGFR/BRAF-regimes (eventueel aangevuld met een MEK-remmer) de meest effectieve en verdraagbare opties.
In deze systematische review en netwerkmeta-analyse werden de effectiviteit en veiligheid van verschillende vormen van doelgerichte therapie beoordeeld bij gevorderd BRAF‑gemuteerd colorectaal carcinoom. In totaal werden 60 klinische en multicenter real‑world studies met 4.633 patiënten geïncludeerd. Het primaire eindpunt was de totale overleving; secundaire uitkomsten waren progressievrije overleving, objectieve responspercentages, ziektecontrole en ernstige bijwerkingen.
Over het geheel genomen liet de analyse zien dat anti‑EGFR/BRAF‑gebaseerde regimes het meest effectief zijn. In de eerstelijnssetting gaf doublet chemotherapie (DCT) gecombineerd met anti‑EGFR/BRAF de beste resultaten wat betreft totale overleving. Dit regime was significant beter dan DCT gecombineerd met een anti‑VEGF‑middel (HR 0,49), triplet chemotherapie met anti‑VEGF (HR 0,51) en alleen anti‑EGFR/BRAF (HR 0,70). In SUCRA‑analyses (surface under the cumulative ranking curve) was chemotherapie met anti-EGFR/BRAF superieur wat betreft totale overleving (SUCRA 0,94 voor DCT-anti-EGFR/BRAF en 0,90 voor single agent chemotherapie (SCT) met anti-EGFR/BRAF) en progressievrije overleving (0,93 voor DCT-anti-EGFR/BRAF en 0,92 voor SCT-anti-EGFR/BRAF) onder alle eerstelijns doelgerichte therapieën. In de tweede of latere lijn bleek anti-EGFR/BRAF, met of zonder een aanvullende remmer (anti-MEK of anti-PI3K), het meest effectief in vergelijking met andere strategieën.
Deze bevindingen benadrukken de noodzaak van lijnspecifieke therapeutische besluitvorming en verduidelijken de rol van op anti-EGFR/BRAF gebaseerde strategieën in deze setting, aldus de auteurs.
Bron: