Op 21 januari 2026 promoveerde Calvin Brouwer aan de Radboud Universiteit op zijn proefschrift ‘Harnessing Wearable Technology and Physical Activity to Improve Clinical Outcomes in Patients with Cancer’. Als promotoren traden op dr. L.M. Buffart, prof. dr. H.M.W. Verheul en prof. dr. M.T.E. Hopman; copromotor was dr. E.J.M. Kuip. Calvin Brouwer is momenteel werkzaam als arts in opleiding tot internist in het VieCuri medisch centrum.
Wat was het doel van je promotieonderzoek?
Het doel van mijn promotieonderzoek was om de rol van beweging tijdens chemotherapie te onderzoeken. Daarbij heb ik beweging benaderd vanuit 2 perspectieven: enerzijds als mogelijk signaal voor het vroegtijdig opsporen van bijwerkingen en ongeplande ziekenhuisopnames, en anderzijds als mogelijke aanvullende behandeling om bijwerkingen te verminderen en behandeluitkomsten te verbeteren. In mijn onderzoek heb ik gebruikgemaakt van laagdrempelige metingen, zoals dagelijks aantal stappen via smartphones, maar ook van gestructureerde beweeginterventies tijdens chemotherapie. Hiermee wilde ik bijdragen aan een beter begrip van hoe fysieke activiteit kan worden ingezet om de zorg voor oncologische patiënten te verbeteren.
Wat wil jij dat de klinische dokter van jouw onderzoek weet?
Dat trainen tijdens chemotherapie in veel gevallen goed mogelijk is, laagdrempelig kan worden toegepast en door patiënten ook daadwerkelijk wordt gewaardeerd. Veel patiënten ervaren dat bewegen hen het gevoel geeft zelf actief bij te dragen aan hun behandeling. Los van de mogelijke klinische voordelen – die deels nog verder onderzocht moeten worden – biedt begeleiding door een oncologisch geschoolde fysiotherapeut patiënten houvast en dit draagt bij aan kwaliteit van leven. Daarnaast beschikken veel patiënten al over objectieve metingen van hun dagelijks functioneren, bijvoorbeeld via hun smartphone of smartwatch. Een simpele vraag als ‘Hoeveel stappen zet u dagelijks?’ kan al waardevolle klinische informatie opleveren, zonder extra belasting voor de patiënt.
Wat was het meest frustrerende onderdeel van je onderzoek?
Zoals bij veel klinisch-wetenschappelijk onderzoek was inclusie van patiënten een terugkerende uitdaging. Je bent hierbij sterk afhankelijk van artsen en verpleegkundigen: als zij patiënten niet benaderen, kun je zelf niet in actie komen. Dat leidde soms tot perioden zonder inclusies, ondanks hoge motivatie en inzet, door factoren waar je zelf weinig invloed op hebt. Dit vraagt om een lange adem, voortdurende aandacht en goede communicatie binnen het behandelteam. Tegelijkertijd was het ook leerzaam: zodra het eenmaal goed liep, ontstond draagvlak en kwamen er juist veel positieve reacties, waardoor inclusie vrijwel vanzelf ging.
Welk moment/inzicht bracht een doorbraak?
Een belangrijk inzicht was de aanwijzing dat ons gecombineerde beweeg- en voedingsprogramma tijdens de behandeling van ovariumkanker samenhing met een betere chemotherapiedosering en progressievrije overleving. Tot dat moment hadden we geen effect gevonden van de interventie op de primaire uitkomstmaten, zoals vermoeidheid, lichaamssamenstelling en fysiek functioneren. Deze bevinding bevestigde dat de effecten van beweging tijdens chemotherapie waarschijnlijk complexer zijn dan we vooraf dachten en dat het belangrijk is om verder te kijken dan alleen patiëntgerapporteerde of functionele uitkomsten. Het onderstreepte het belang van onderzoek naar primair klinische uitkomsten.
Wat is de vervolgvraag die voortkomt uit jouw onderzoek?
Een belangrijke vervolgvraag is hoe we signalering op basis van beweging daadwerkelijk kunnen implementeren in de klinische praktijk. De volgende stap is het ontwikkelen en toepassen van een model dat in de dagelijkse zorg gebruikt kan worden, bijvoorbeeld met automatische signalen naar een (research)verpleegkundige wanneer het beweegpatroon van een patiënt verandert. Deze kan vervolgens contact opnemen om te inventariseren hoe het gaat. In een onderzoeksopzet zou je dit kunnen vergelijken met gebruikelijke zorg, om te onderzoeken of dit leidt tot meer tijdige interventies en mogelijk minder SEH-bezoeken of ziekenhuisopnames. Het toevoegen van een kostenanalyse is hierin ook van belang om dit ook op grotere schaal te kunnen implementeren.
Wat neem je zelf mee uit jouw promotieonderzoek? Wat zijn jouw volgende stappen?
Ik ben recent gestart met de opleiding tot internist en neem uit mijn promotieonderzoek mee dat een behandeling veel meer is dan alleen medicatie. Patiënten maken in deze periode veel door, en adequate ondersteunende zorg, waaronder bijvoorbeeld fysiotherapeutische of diëtetische begeleiding, is essentieel. Zonder goede ondersteuning kun je ook minder effect verwachten van een behandeling en mogelijk zelfs schade veroorzaken. Een goed gesprek vooraf, duidelijke doelen en samen bekijken wat een patiënt nodig heeft om die doelen te bereiken, zijn cruciaal. Deze brede blik op zorg neem ik mee in mijn verdere loopbaan en hieraan wil ik blijven bijdragen.