Een secundaire analyse van de ASPREE-studie laat een significante heterogeniteit zien in het effect van lage dosis aspirine op de preventie van kanker bij ouderen. Clonal hematopoiesis of indeterminate potential (CHIP) werd geïdentificeerd als een belangrijke voorspellende factor.
Het doel van deze studie was om subgroepen ouderen te identificeren die mogelijk het meeste baat hebben bij een lage dosis aspirine (100 mg/dag) ter preventie van kanker. Hiervoor werd een voorspellend model ontwikkeld en gevalideerd waarin individuele kenmerken, waaronder CHIP, werden meegenomen. Het betrof een niet vooraf gespecificeerde secundaire analyse van de ASPREE-studie (2010-2014), uitgevoerd bij thuiswonende ouderen (≥ 70 jaar).
In totaal werden 9.350 deelnemers opgenomen in de analyse (mediane leeftijd 73,7 jaar; 53,7% vrouw). Van hen kreeg 49,9% aspirine en 50,1% placebo. De mediane follow-up was 4,5 jaar. Factoren die geassocieerd waren met een gunstig effect van aspirine waren onder meer: hogere leeftijd, niet roken, CHIP met een variant allele frequency ≥ 10%, familiegeschiedenis van kanker en lagere BMI. CHIP was de sterkste voorspeller van het voordeel van aspirine.
Gepersonaliseerde behandeling gebaseerd op het ontwikkelde model verbeterde de absolute risicoreductie na 5 jaar met 2,3% (mediaan), vergeleken met een ’treat-all’-benadering. Aspirine was geassocieerd met een lager risico op kanker (HR 0,85) in de subgroep die was geclassificeerd als ‘gunstig effect van behandeling’ en met een hoger risico op kanker (HR 1,14) in de groep die was geclassificeerd als ‘ongunstig effect van behandeling’ (p = 0,02 voor heterogeniteit).
De auteurs concluderen dat verder onderzoek nodig is om de implicaties van deze bevindingen volledig te begrijpen.
Bron: